Inburgeringsexamen spreken oefenen (A2)
Bij het onderdeel Spreken van het inburgeringsexamen (A2) beschrijf je foto's en reageer je op korte, alledaagse situaties. Je hoort en ziet een opdracht op het scherm en spreekt je antwoord in via een microfoon. Er is geen gesprek met een examinator: je praat tegen de computer.
In deze gids leer je precies hoe het spreken-examen werkt, hoe je met een simpele methode altijd een compleet antwoord geeft, welke zinnen en woorden je kunt gebruiken, en welke fouten je moet vermijden. Onderaan kun je meteen gratis oefenen met directe AI-feedback op je uitspraak en zinsbouw.
Hoe werkt het spreken-examen (A2)?
Het spreken-examen bestaat uit een reeks korte opdrachten. Je krijgt onder andere foto's die je beschrijft, plaatjes waaruit je kiest (met een korte motivatie), en situaties waarop je reageert, bijvoorbeeld iets vragen bij de dokter of op het gemeentehuis.
Je neemt je antwoord op. Per opdracht heb je ongeveer een minuut. Je wordt beoordeeld op of je duidelijk en begrijpelijk bent, niet op perfect Nederlands. Rustig, duidelijk en compleet antwoorden telt zwaarder dan snel of ingewikkeld praten. Controleer de exacte duur en opzet altijd bij DUO.
De 3-zinnen-methode voor een foto
De grootste fout is te weinig zeggen. Met een vaste opbouw geef je altijd een vol antwoord. Zin 1: zeg wat je ziet ("Op de foto zie ik..."). Zin 2: beschrijf een detail of wat de mensen doen. Zin 3: voeg iets toe over waar, wanneer, waarom of jouw mening.
Zo heb je in een paar seconden nadenken al een compleet antwoord van 3 tot 4 zinnen klaar. Oefen deze structuur zo vaak dat hij automatisch komt.
Voorbeeldzinnen die altijd werken
- Op de foto zie ik een vrouw. Ze zit op een bankje in het park en leest een boek. Het is rustig en zonnig.
- Ik zie een man in de keuken. Hij kookt soep. Volgens mij maakt hij het avondeten klaar.
- Ik kies plaatje 2. Ik studeer liever in de bibliotheek, want daar is het rustig.
- In deze situatie zou ik zeggen: 'Sorry, mag ik u iets vragen? Waar is het station?'
Handige woorden en verbindingswoorden
Gebruik korte verbindingswoorden om je zinnen aan elkaar te plakken: en, maar, want, omdat, daarna, ook. Woorden voor plaats (links, rechts, op de achtergrond) en tijd (nu, 's ochtends, in de zomer) maken je beschrijving meteen rijker zonder dat het moeilijk wordt.
Veelgemaakte fouten
- Te weinig zeggen: geef altijd minstens 3 zinnen, ook als je twijfelt.
- Stil blijven om na te denken: begin gewoon met 'Op de foto zie ik...' en bouw verder.
- Te ingewikkeld willen zijn: korte, correcte zinnen scoren beter dan lange zinnen vol fouten.
- Fluisteren of mompelen: spreek duidelijk in de microfoon.
Zo oefen je slim voor het spreken
Oefen elke dag een paar spreekopdrachten hardop, neem jezelf op en luister terug. Bij Dutch Fluency krijg je bij elke spreekoefening directe AI-feedback op je uitspraak, woordkeuze en opbouw, plus een sterker voorbeeldantwoord om van te leren.
Oefen spreken met AI-feedback →Direct oefenen
- Spreken oefenen (A2) — foto's beschrijven met feedback
- Alle onderdelen van het inburgeringsexamen oefenen
- Doe een volledig proefexamen (A2)
Veelgestelde vragen
Hoe kan ik gratis oefenen voor het spreken-examen?
Op deze site kun je elke dag spreekopdrachten in examenstijl maken en je antwoord inspreken. Je krijgt directe AI-feedback op je uitspraak en zinsbouw.
Wat voor opdrachten krijg ik bij spreken?
Foto's beschrijven, kiezen tussen twee plaatjes met een korte motivatie, en reageren op alledaagse situaties zoals bij de dokter, de gemeente of in de winkel.
Hoeveel moet ik per opdracht zeggen?
Meestal 3 tot 4 zinnen, ongeveer één minuut spreektijd. Gebruik de 3-zinnen-methode zodat je antwoord altijd compleet is.
Praat ik met een echte examinator?
Nee. Je spreekt je antwoord in via een microfoon; het is geen gesprek. Daarom is duidelijk en volledig antwoorden zo belangrijk.
Andere gidsen en examentips
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- KNM examen oefenen: gratis tips en voorbeeldvragen voor het inburgeringsexamen
- Small talk Nederlands: tips en voorbeeldzinnen voor beginners
- De Nederlandse G uitspreken: 7 Tips voor Beginners
- Fietsen in Nederland: regels en woorden | NT2
- Post en pakketjes met PostNL: praktische gids
- Diary in Dutch: Schrijf een dagboek in het Nederlands
- Klacht indienen bij winkel of verhuurder: zo doe je dat
Lees ook alle artikelen over inburgering, NT2 en de Nederlandse cultuur →