Schrijven oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #1702 · 2026-08-15 · niveau B1
Opdracht
Je werkt bij een bedrijf in Nederland. Je wilt een vraag stellen aan je baas, meneer De Vries. Je wilt weten hoe je extra vakantiedagen moet aanvragen, omdat je zus in mei in het buitenland trouwt. Schrijf een e-mail aan meneer De Vries. Gebruik formeel taalgebruik (u). In je e-mail moet je: 1) een aanhef gebruiken, 2) je vraag duidelijk stellen, 3) uitleggen waarom je de vraag stelt, 4) afsluiten met een groet. Denk aan een goede zinsvolgorde.
Voorbeeldantwoord
Geachte meneer De Vries, Ik heb een vraag over het aanvragen van extra vakantiedagen. Mijn zus trouwt in mei in Spanje en ik wil graag een paar dagen vrij zijn. Omdat ik moet reizen, heb ik meer dan één dag nodig. Kunt u mij uitleggen hoe ik deze dagen moet aanvragen? Ik wil ook weten of ik de dagen los mag gebruiken, zodat ik ook nog naar de voorbereiding kan. Alvast bedankt voor uw antwoord. Met vriendelijke groet, [uw naam]
Uitleg
In subclauses with 'omdat' the verb goes to the end: 'omdat ik moet reizen' (because I must travel).