Schrijven oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #1821 · 2026-08-23 · niveau B1
Opdracht
Je woont in een straat met twintig huizen. Je wilt de buurt wat gezelliger maken. Je hebt een idee: samen bloembakken voor de ramen maken en beplanten. Zo wordt de straat vrolijker. Schrijf een berichtje op de buurtapp aan je buren. Vertel: (1) dat je een voorstel hebt, (2) wat je plan is, (3) waarom je dit goed vindt, (4) of mensen mee willen doen. Gebruik een informele, vriendelijke toon (je/jullie). Schrijf 60-100 woorden. Vergeet de aanhef en de afsluiting niet.
Voorbeeldantwoord
Beste buren, ik heb een voorstel. Zullen we samen bloembakken voor onze ramen maken? Ik vind dat de straat wat vrolijker mag worden. Daarom wil ik graag wat bloemen planten. Iedereen kan meedoen, ook als je geen groene vingers hebt. We kunnen bijvoorbeeld eerst een paar bakken kopen en dan samen vullen. Wie heeft er zin om te helpen? Laat het me weten! Groetjes, Sam
Uitleg
After 'vinden dat' in Dutch, the verb moves to the end of the subclause, so we write 'vrolijker mag worden' not 'mag vrolijker worden'.