Schrijven oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #2459 · 2026-10-16 · niveau B1
Opdracht
Je bent 26 en je woont sinds kort in een andere stad. Je vriendin Sanne woont nog in je oude stad. Jullie willen elkaar binnenkort weer zien, maar jij weet niet goed wat jullie samen kunnen doen. Schrijf een informele e-mail aan Sanne (gebruik 'je'). Vraag haar om advies: wat kunnen jullie doen als jullie afspreken? Verwerk in je e-mail: een aanhef, waarom je schrijft, minstens één reden waarom je twijfelt, één of twee concrete voorstellen, en een afsluiting met groet. Schrijf 5-8 zinnen (60-100 woorden).
Voorbeeldantwoord
Hoi Sanne, Hoe gaat het met je? Ik wil je graag binnenkort weer zien, want ik mis onze gesprekken. Ik twijfel alleen een beetje, omdat ik hier nog niet veel leuke plekken ken. Daarom wil ik je om advies vragen: wat kunnen we samen doen? Misschien kunnen we naar een film gaan of een dagje naar de markt. Wat lijkt jou leuk? Laat je het me snel weten? Groetjes, Noor
Uitleg
In Dutch, a subordinating clause with 'omdat', 'wanneer' or 'terwijl' sends the verb to the end — just like 'omdat ik hier nog niet veel leuke plekken ken'.