Schrijven oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #763 · 2026-07-19 · niveau B1
Opdracht
Stel je voor: je wilt met een goede vriend iets leuks doen in het weekend. Je hebt zin om naar een festival te gaan of samen te koken. Schrijf een e-mail (60-100 woorden) aan je vriend waarin je een voorstel doet. Gebruik een informele toon (je, hoi, groetjes). Noem: wat je wilt doen, wanneer, en waarom je dat leuk vindt. Sluit af met een vraag of een groet.
Voorbeeldantwoord
Hoi Mark, Ik heb zin om dit weekend iets leuks te doen. Zullen we zaterdag naar het festival in het park gaan? Er is leuke muziek en ik hoorde dat het eten er ook goed is. Omdat het mooi weer wordt, kunnen we de hele dag buiten zijn. Daarna kunnen we misschien samen eten bij mij thuis. Wat vind jij ervan? Laat maar weten of je tijd hebt. Groetjes, Sam
Uitleg
In Dutch subordinate clauses (starting with words like 'omdat', 'of', 'zodat'), the verb moves to the end of the sentence.