Dutch Fluency Dutch Fluency NT2

Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B2

Oefening #1926 · 2026-08-30 · niveau B2

Opdracht

Kijk naar de foto. Je ziet twee situaties voor het verzorgen van een huisdier: een hond en een kat. Vergelijk de zorg voor een hond met de zorg voor een kat. Welk dier past beter bij iemand die veel werkt? Beargumenteer je keuze en geef een aanbeveling. Je hebt 30 seconden voorbereidingstijd en daarna 60-90 seconden spreektijd.

Foto bij de spreekopdracht

Voorbeeldantwoord

Op de foto zie ik een hond en een kat, beide als huisdier. Als ik ze vergelijk, heeft een hond veel meer tijd en aandacht nodig. Allereerst moet je met een hond meerdere keren per dag naar buiten, een kat kan alleen binnenblijven. Daarnaast heeft een hond meer beweging en training nodig, zodat hij rustig blijft. Een kat is daarentegen zelfstandiger, maar heeft wel verzorging zoals een kattenbak nodig. Voor iemand die veel werkt, raad ik toch een kat aan, omdat die minder afhankelijk is van vaste wandeltijden. Mijn conclusie is dus: kies voor een kat, tenzij je echt veel tijd thuis bent.

Uitleg

For B2, use contrast connectors like 'daarentegen' and 'tenzij' clearly; practice intonation to contrast the two animals in your answer.

Oefen dit zelf met directe AI-feedback →

Meer oefenen

Alle spreken-oefeningen Staatsexamen NT2 B2Lezen oefenenLuisteren oefenenSchrijven oefenenKNM oefenen