B1 schrijven oefenen: zo verbeter je je Nederlandse schrijfvaardigheid
Je wilt weten hoe je B1 schrijven kunt oefenen. Dat begrijp ik goed, want schrijven is voor veel nieuwkomers het lastigste onderdeel van het inburgeringsexamen. Je moet niet alleen de juiste woorden kennen, maar ook letten op grammatica, woordvolgorde en of je boodschap duidelijk overkomt. Het goede nieuws: met gerichte oefening kun je dit echt verbeteren.
In het dagelijks leven in Nederland moet je vaak schrijven: een e-mail naar de huisarts, een berichtje aan de juf van je kind, een klacht over je huurwoning of een reactie op een vacature. Op B1-niveau wordt verwacht dat je korte, duidelijke teksten kunt schrijven over vertrouwde onderwerpen. Dat is precies wat het inburgeringsexamen toetst, dus oefenen met echte situaties is de beste voorbereiding.
In deze gids geef ik je concrete voorbeeldzinnen, een stappenplan voor deze week en veelgemaakte fouten die je kunt vermijden. Je hoeft niet alles in één keer te kunnen. Pak er een pen en papier bij, of open een document op je computer, en werk stap voor stap door de oefeningen. Zo bouw je zelfvertrouwen op en zie je snel vooruitgang.
Wat betekent B1 schrijven precies?
Op B1-niveau kun je eenvoudige, samenhangende teksten schrijven over onderwerpen die je kent of die persoonlijk interessant zijn. Denk aan een e-mail aan een vriend, een korte beschrijving van een gebeurtenis, of een formulier invullen. Je hoeft geen perfecte zinnen te maken, maar je boodschap moet wel duidelijk zijn voor de lezer.
Het inburgeringsexamen toetst schrijven op A2-niveau, maar veel mensen streven naar B1 omdat dat beter past bij werk of studie. Als je B1 schrijven oefent, train je ook vaardigheden die je nodig hebt voor het echte leven. Je leert bijvoorbeeld hoe je een formele e-mail schrijft naar de gemeente of hoe je een afspraak bevestigt. Dat is niet alleen handig voor het examen, maar ook voor je dagelijkse bezigheden.
Een belangrijk verschil met A2 is dat je op B1 niet alleen korte zinnen schrijft, maar ook verbanden legt tussen zinnen. Je gebruikt woorden zoals 'daarom', 'omdat', 'maar' en 'hoewel' om je tekst logisch op te bouwen. Ook kun je een eenvoudig betoog schrijven, bijvoorbeeld over waarom je een bepaalde mening hebt. Dat vraagt om oefening, maar het is zeker te leren.
Waar kun je B1 schrijven oefenen?
Er zijn veel manieren om B1 schrijven te oefenen, zowel online als offline. De belangrijkste tip: schrijf elke dag iets, al is het maar vijf minuten. Je kunt beginnen met een dagboek in het Nederlands, waarin je vertelt wat je die dag hebt gedaan. Of schrijf een berichtje naar je buurvrouw om haar te bedanken voor de hulp.
Daarnaast kun je gebruikmaken van oefenmateriaal dat speciaal is gemaakt voor het inburgeringsexamen. Op de website van DUO vind je voorbeeldexamens, en ook Dutch Fluency biedt oefeningen aan die lijken op de echte toets. Zo raak je vertrouwd met de opdrachten en weet je wat je kunt verwachten. Vergeet niet om je teksten na te kijken, of vraag iemand om feedback.
Een andere goede oefening is het schrijven van reacties op nieuwsartikelen of berichten op sociale media. Kies een onderwerp dat je interessant vindt en schrijf je mening in het Nederlands. Zo oefen je niet alleen je schrijfvaardigheid, maar leer je ook hoe je je standpunt verwoordt. En je kunt direct zien hoe anderen reageren, wat weer nieuwe woorden en zinnen oplevert.
- Schrijf elke dag 5 zinnen over je dag.
- Maak een boodschappenlijstje in het Nederlands en schrijf erbij waarom je iets koopt.
- Stuur een e-mail naar je huisarts voor een afspraak.
- Reageer op een vacature die je interessant vindt.
- Schrijf een klacht over een kapot apparaat naar de winkel.
- Beschrijf een foto van je vakantie aan een vriend.
- Schrijf een reactie op een artikel in de krant of online.
- Maak een uitnodiging voor je verjaardag en stuur die naar vrienden.
Praktische voorbeeldzinnen voor B1 schrijven
Hieronder vind je zinnen die je direct kunt gebruiken in verschillende situaties. Lees ze hardop en schrijf ze daarna zelf op. Zo oefen je niet alleen je schrijfvaardigheid, maar ook je woordenschat en zinsbouw. Probeer de zinnen aan te passen aan je eigen situatie, zodat ze persoonlijk worden.
Als je een formele e-mail schrijft, begin je bijvoorbeeld met 'Geachte heer/mevrouw' en eindig je met 'Met vriendelijke groet'. In een informele e-mail naar een vriend kun je beginnen met 'Hoi' en eindigen met 'Groetjes'. Let op het verschil, want dat is belangrijk in Nederland.
Voor een klacht of verzoek aan de gemeente of een bedrijf is het handig om beleefd maar duidelijk te zijn. Gebruik zinnen zoals 'Ik wil graag een afspraak maken' of 'Kunt u mij helpen met...'. Zo laat je zien dat je respectvol bent, maar ook dat je weet wat je wilt. En vergeet niet om altijd je naam en contactgegevens te vermelden.
- Ik wil graag een afspraak maken voor volgende week dinsdag.
- Kunt u mij vertellen wanneer de uitslag bekend is?
- Ik heb een klacht over mijn huurwoning, want de verwarming doet het niet.
- Bedankt voor uw hulp bij het invullen van het formulier.
- Zou u mij kunnen helpen met het verlengen van mijn paspoort?
- Ik ben verhinderd, dus ik moet mijn afspraak verzetten.
- Ik stuur u deze brief omdat ik problemen heb met mijn DigiD.
- Kunt u mij een bevestiging sturen van onze afspraak?
- Ik wil graag weten of er nog plaats is voor de cursus.
- Mijn adres is veranderd, kunt u dat aanpassen?
Stappenplan: zo oefen je deze week
Je hoeft niet weken te wachten voordat je resultaat ziet. Met dit stappenplan kun je direct aan de slag. Plan elke dag een vast moment in, bijvoorbeeld na het avondeten, en werk dan 15 minuten aan je schrijfvaardigheid. Zet een timer, zodat je niet te lang doorgaat, en houd een schrift of document bij met al je oefeningen.
Het belangrijkste is dat je regelmatig oefent en terugkijkt naar wat je eerder schreef. Zo zie je je eigen vooruitgang en kun je fouten corrigeren. Vraag ook aan iemand die goed Nederlands spreekt om je teksten te controleren. Dat kan een collega, buurman of docent zijn.
Probeer ook variatie aan te brengen in de soorten teksten die je schrijft. Schrijf niet alleen e-mails, maar ook een kort verslag, een uitnodiging of een reactie op een bericht. Zo train je verschillende vaardigheden en blijf je gemotiveerd. En vergeet niet om jezelf te belonen als je een week volhoudt.
- Maandag: schrijf 10 zinnen over je weekend. Gebruik de verleden tijd.
- Dinsdag: schrijf een e-mail naar je huisarts om een afspraak te maken.
- Woensdag: maak een boodschappenlijstje en schrijf erbij waarom je iets koopt.
- Donderdag: schrijf een klacht over een kapotte fiets naar de fietsenmaker.
- Vrijdag: beschrijf je favoriete gerecht en hoe je het maakt.
- Zaterdag: lees je teksten van de week terug en verbeter de fouten die je ziet.
- Zondag: schrijf een berichtje naar een vriend over je plannen voor de volgende week.
Veelgemaakte fouten (en wat wél werkt)
Iedereen maakt fouten bij het leren schrijven, en dat is oké. Maar sommige fouten komen zo vaak voor dat je ze beter kunt herkennen en vermijden. De grootste valkuil is de woordvolgorde. In Nederlandse bijzinnen staat de persoonsvorm vaak achteraan, bijvoorbeeld: 'Ik hoop dat je morgen komt.' Veel mensen schrijven 'Ik hoop dat je komt morgen', maar dat is niet correct.
Een andere veelgemaakte fout is het vergeten van de 't' bij de derde persoon enkelvoud, zoals 'hij loop' in plaats van 'hij loopt'. Ook de verleden tijd van sterke werkwoorden is lastig: 'ik loopte' moet 'ik liep' zijn. Door veel te oefenen en te lezen, ga je deze patronen herkennen. Maak een lijst van woorden die je vaak fout schrijft en oefen die extra.
Daarnaast zien we vaak dat mensen te lange zinnen maken met veel 'en' en 'maar'. Dat maakt je tekst onduidelijk. Probeer kortere zinnen te schrijven en gebruik punten. Ook het gebruik van hoofdletters is belangrijk: begin elke zin met een hoofdletter en gebruik hoofdletters voor namen en plaatsen. Een veelgemaakte fout is het schrijven van 'ik' zonder hoofdletter, maar dat is wel de bedoeling.
- Woordvolgorde: 'Ik weet niet wanneer de les begint' (niet: 'Ik weet niet wanneer begint de les').
- Vergeet de 't' niet: 'Hij werkt bij de supermarkt' (niet: 'Hij werk').
- Sterke werkwoorden: 'Ik ging naar de markt' (niet: 'Ik ga naar de markt' in verleden tijd).
- Hoofdletters: begin elke zin met een hoofdletter en gebruik hoofdletters voor namen.
- Te lange zinnen: gebruik punten in plaats van 'en' achter elkaar.
- Spelling van 'ie' of 'ij': oefen woorden als 'vriend' en 'vrijdag'.
- Let op de 'dt' bij werkwoorden: 'hij wordt', 'zij antwoordt'.
Mini checklist voor je B1 schrijfoefening
Voordat je een tekst inlevert of verstuurt, kun je deze checklist gebruiken. Het helpt om je tekst te controleren op de belangrijkste punten. Lees je tekst altijd hardop, dan hoor je of het goed klinkt. En vraag jezelf af: zou de lezer begrijpen wat ik bedoel?
Deze checklist is ook handig als je een oefenexamen maakt. Neem de tijd om je antwoord na te kijken voordat je verder gaat met de volgende opdracht. Zo train je jezelf om zorgvuldig te werken, wat je ook tijdens het echte examen helpt.
Als je merkt dat je vaak dezelfde fout maakt, noteer die dan in een apart schrift. Zo kun je gericht oefenen en zie je na een tijdje dat je die fout minder vaak maakt. Dat geeft vertrouwen en zorgt dat je vooruitgang boekt.
- Heb ik alle zinnen met een hoofdletter begonnen?
- Staat de persoonsvorm op de juiste plaats?
- Heb ik de juiste verleden tijd gebruikt?
- Heb ik punten en komma's op de goede plek gezet?
- Is mijn boodschap duidelijk voor de lezer?
- Heb ik de juiste aanhef en afsluiting gebruikt?
- Heb ik mijn naam en contactgegevens vermeld?
Zo oefen je dit met Dutch Fluency
Bij Dutch Fluency kun je gericht oefenen met schrijfopdrachten die lijken op het echte inburgeringsexamen. Je krijgt direct feedback op je antwoorden, zodat je weet wat je goed doet en wat je kunt verbeteren. Zo leer je niet alleen de regels, maar pas je ze ook toe in realistische situaties.
In de Dutch Fluency app vind je ook oefeningen voor de andere onderdelen, zoals lezen en spreken. Door alles te combineren, bouw je een stevige basis. Begin vandaag nog met een oefening en je zult merken dat je schrijven steeds makkelijker wordt.
Daarnaast biedt Dutch Fluency persoonlijke begeleiding en kun je vragen stellen aan docenten. Dat is fijn als je ergens vastloopt. Je kunt bijvoorbeeld een tekst insturen en feedback krijgen op je schrijfstijl en grammatica. Zo leer je sneller en gerichter.
Start met B1 schrijven oefenen →Direct oefenen
Veelgestelde vragen
Hoe kan ik B1 schrijven oefenen voor het inburgeringsexamen?
Oefen met voorbeeldexamens van DUO en schrijf regelmatig over alledaagse onderwerpen. Gebruik de voorbeeldzinnen uit deze gids en vraag feedback aan iemand die goed Nederlands spreekt. Het is belangrijk om elke dag te schrijven, ook al is het maar een paar zinnen. Zo bouw je routine op en word je steeds beter.
Wat is het verschil tussen A2 en B1 schrijven?
Op A2 schrijf je korte, eenvoudige zinnen over directe behoeften. Op B1 kun je langere teksten schrijven over vertrouwde onderwerpen, met meer details en een logische opbouw. Je gebruikt ook meer verbindingswoorden zoals 'daarom' en 'hoewel'. Het is een stapje hoger, maar met oefening haalbaar.
Hoeveel tijd kost het om B1 schrijven te bereiken?
Dat hangt af van je niveau en hoe vaak je oefent. Met dagelijks 15 minuten oefenen kun je binnen enkele maanden vooruitgang zien. Het is belangrijk om regelmatig te blijven oefenen en niet op te geven. Iedereen leert op zijn eigen tempo, dus vergelijk jezelf niet te veel met anderen.
Wat zijn goede oefenboeken voor B1 schrijven?
Er zijn veel boeken, zoals 'Nederlands in Gang' of 'De sprong'. Controleer wel of ze aansluiten bij het examen. Online oefenen met Dutch Fluency is ook een goede optie, omdat je direct feedback krijgt. Kies een methode die bij jou past en houd het vol.
Hoe kan ik mijn woordenschat voor B1 schrijven verbeteren?
Lees veel Nederlandse teksten, zoals nieuwsberichten of korte verhalen. Schrijf nieuwe woorden op in een schrift en gebruik ze in je eigen zinnen. Zo blijf je ze onthouden. Je kunt ook themalijsten maken, bijvoorbeeld over werk, gezondheid of vrije tijd. Dat helpt bij het schrijven over die onderwerpen.
Mag ik tijdens het examen een woordenboek gebruiken?
Nee, tijdens het inburgeringsexamen mag je geen woordenboek gebruiken. Daarom is het belangrijk om veel te oefenen zonder hulpmiddelen, zodat je zelfverzekerd bent. Oefen met het schrijven van zinnen zonder opzoeken, en leer de meest voorkomende woorden uit je hoofd.
Andere gidsen en examentips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Inburgeringsexamen aanmelden DUO: zo doe je dat
- Inburgeringsexamen A2 complete gids 2025
- Staatsexamen NT2 programma I: alles wat je moet weten
- Inburgering luisteren oefenen A2: zo pak je het aan
- Oefenexamens NT2: zo haal je jouw inburgeringsexamen
- NT2 Luisteren Oefenen: Zo Pak Je Het Aan (A2-B1)
Lees ook alle artikelen over inburgering, NT2 en de Nederlandse cultuur →
Practice B1 writing: how to improve your Dutch writing skills
You want to know how to practice B1 writing. I understand that well, because writing is for many newcomers the hardest part of the civic integration exam. You not only have to know the right words, but also pay attention to grammar, word order, and whether your message comes across clearly. The good news: with targeted practice, you can really improve this.
In daily life in the Netherlands, you often have to write: an email to the doctor, a message to your child's teacher, a complaint about your rental home, or a response to a job vacancy. At B1 level, you are expected to write short, clear texts about familiar topics. That is exactly what the civic integration exam tests, so practicing with real situations is the best preparation.
In this guide, I give you concrete example sentences, a step-by-step plan for this week, and common mistakes you can avoid. You don't have to be able to do everything at once. Grab a pen and paper, or open a document on your computer, and work through the exercises step by step. That way, you build confidence and see progress quickly.
What does B1 writing exactly mean?
At B1 level, you can write simple, coherent texts about topics you know or that are personally interesting. Think of an email to a friend, a short description of an event, or filling in a form. You don't have to make perfect sentences, but your message should be clear to the reader.
The civic integration exam tests writing at A2 level, but many people aim for B1 because it fits better with work or study. When you practice B1 writing, you also train skills you need for real life. For example, you learn how to write a formal email to the municipality or how to confirm an appointment. That is not only useful for the exam, but also for your daily activities.
An important difference from A2 is that at B1 you not only write short sentences, but also make connections between sentences. You use words like 'daarom', 'omdat', 'maar', and 'hoewel' to build your text logically. You can also write a simple argument, for example about why you have a certain opinion. That requires practice, but it is definitely learnable.
Where can you practice B1 writing?
There are many ways to practice B1 writing, both online and offline. The most important tip: write something every day, even if it's just five minutes. You can start with a diary in Dutch, where you tell what you did that day. Or write a message to your neighbor to thank her for her help.
You can also use practice material specially made for the civic integration exam. On the DUO website, you can find practice exams, and Dutch Fluency also offers exercises that resemble the real test. That way, you become familiar with the assignments and know what to expect. Don't forget to check your texts, or ask someone for feedback.
Another good exercise is writing reactions to news articles or posts on social media. Choose a topic that interests you and write your opinion in Dutch. That way, you not only practice your writing skills, but also learn how to express your point of view. And you can immediately see how others react, which gives you new words and sentences.
- Write 5 sentences about your day every day.
- Make a shopping list in Dutch and write down why you buy something.
- Send an email to your doctor to make an appointment.
- Respond to a job vacancy that interests you.
- Write a complaint about a broken device to the store.
- Describe a photo from your vacation to a friend.
- Write a reaction to an article in the newspaper or online.
- Make an invitation for your birthday and send it to friends.
Practical example sentences for B1 writing
Below you will find sentences you can use directly in different situations. Read them out loud and then write them down yourself. That way, you practice not only your writing skills, but also your vocabulary and sentence structure. Try to adapt the sentences to your own situation, so they become personal.
When writing a formal email, for example, you start with 'Geachte heer/mevrouw' and end with 'Met vriendelijke groet'. In an informal email to a friend, you can start with 'Hoi' and end with 'Groetjes'. Pay attention to the difference, because that is important in the Netherlands.
For a complaint or request to the municipality or a company, it is useful to be polite but clear. Use sentences like 'Ik wil graag een afspraak maken' or 'Kunt u mij helpen met...'. That way, you show that you are respectful, but also that you know what you want. And don't forget to always include your name and contact details.
- Ik wil graag een afspraak maken voor volgende week dinsdag.
- Kunt u mij vertellen wanneer de uitslag bekend is?
- Ik heb een klacht over mijn huurwoning, want de verwarming doet het niet.
- Bedankt voor uw hulp bij het invullen van het formulier.
- Zou u mij kunnen helpen met het verlengen van mijn paspoort?
- Ik ben verhinderd, dus ik moet mijn afspraak verzetten.
- Ik stuur u deze brief omdat ik problemen heb met mijn DigiD.
- Kunt u mij een bevestiging sturen van onze afspraak?
- Ik wil graag weten of er nog plaats is voor de cursus.
- Mijn adres is veranderd, kunt u dat aanpassen?
Step-by-step plan: how to practice this week
You don't have to wait weeks before you see results. With this step-by-step plan, you can get started right away. Plan a fixed moment every day, for example after dinner, and then work on your writing skills for 15 minutes. Set a timer, so you don't go on too long, and keep a notebook or document with all your exercises.
The most important thing is that you practice regularly and look back at what you wrote earlier. That way, you see your own progress and can correct mistakes. Also ask someone who speaks Dutch well to check your texts. That could be a colleague, neighbor, or teacher.
Try to vary the types of texts you write. Don't only write emails, but also a short report, an invitation, or a response to a message. That way, you train different skills and stay motivated. And don't forget to reward yourself if you keep it up for a week.
- Monday: write 10 sentences about your weekend. Use the past tense.
- Tuesday: write an email to your doctor to make an appointment.
- Wednesday: make a shopping list and write down why you buy something.
- Thursday: write a complaint about a broken bike to the bike repair shop.
- Friday: describe your favorite dish and how you make it.
- Saturday: read your texts from the week again and correct the mistakes you see.
- Sunday: write a message to a friend about your plans for next week.
Common mistakes (and what does work)
Everyone makes mistakes when learning to write, and that's okay. But some mistakes are so common that you better recognize and avoid them. The biggest pitfall is word order. In Dutch subordinate clauses, the verb often goes at the end, for example: 'Ik hoop dat je morgen komt.' Many people write 'Ik hoop dat je komt morgen', but that is not correct.
Another common mistake is forgetting the 't' in the third person singular, like 'hij loop' instead of 'hij loopt'. Also the past tense of strong verbs is difficult: 'ik loopte' should be 'ik liep'. By practicing a lot and reading, you will recognize these patterns. Make a list of words you often spell wrong and practice those extra.
We also often see that people write sentences that are too long with many 'en' and 'maar'. That makes your text unclear. Try to write shorter sentences and use periods. Also the use of capital letters is important: start each sentence with a capital letter and use capitals for names and places. A common mistake is writing 'ik' without a capital letter, but that is the intention.
- Word order: 'Ik weet niet wanneer de les begint' (not: 'Ik weet niet wanneer begint de les').
- Don't forget the 't': 'Hij werkt bij de supermarkt' (not: 'Hij werk').
- Strong verbs: 'Ik ging naar de markt' (not: 'Ik ga naar de markt' in past tense).
- Capital letters: start each sentence with a capital letter and use capitals for names.
- Sentences too long: use periods instead of 'en' one after another.
- Spelling of 'ie' or 'ij': practice words like 'vriend' and 'vrijdag'.
- Pay attention to the 'dt' with verbs: 'hij wordt', 'zij antwoordt'.
Mini checklist for your B1 writing practice
Before you submit or send a text, you can use this checklist. It helps to check your text on the most important points. Always read your text out loud, then you hear if it sounds good. And ask yourself: would the reader understand what I mean?
This checklist is also useful when you make a practice exam. Take the time to check your answer before moving on to the next assignment. That way, you train yourself to work carefully, which also helps during the real exam.
If you notice that you often make the same mistake, write it down in a separate notebook. That way, you can practice specifically and see after a while that you make that mistake less often. That gives confidence and ensures you make progress.
- Did I start all sentences with a capital letter?
- Is the verb in the right place?
- Did I use the correct past tense?
- Did I put periods and commas in the right place?
- Is my message clear to the reader?
- Did I use the right salutation and closing?
- Did I include my name and contact details?
How to practice this with Dutch Fluency
At Dutch Fluency, you can practice specifically with writing assignments that resemble the real civic integration exam. You get direct feedback on your answers, so you know what you do well and what you can improve. That way, you not only learn the rules, but also apply them in realistic situations.
In the Dutch Fluency app, you also find exercises for the other parts, such as reading and speaking. By combining everything, you build a solid foundation. Start today with an exercise and you will notice that writing becomes easier and easier.
Dutch Fluency also offers personal guidance and you can ask questions to teachers. That is nice if you get stuck somewhere. For example, you can submit a text and get feedback on your writing style and grammar. That way, you learn faster and more targeted.
Start met B1 schrijven oefenen →Practice now
Frequently asked questions
How can I practice B1 writing for the civic integration exam?
Practice with example exams from DUO and write regularly about everyday topics. Use the example sentences from this guide and ask feedback from someone who speaks Dutch well. It is important to write every day, even if it's just a few sentences. That way, you build routine and get better and better.
What is the difference between A2 and B1 writing?
At A2, you write short, simple sentences about immediate needs. At B1, you can write longer texts about familiar topics, with more details and a logical structure. You also use more linking words like 'daarom' and 'hoewel'. It is a step higher, but achievable with practice.
How long does it take to reach B1 writing?
That depends on your level and how often you practice. With 15 minutes of practice daily, you can see progress within a few months. It is important to keep practicing regularly and not give up. Everyone learns at their own pace, so don't compare yourself too much with others.
What are good practice books for B1 writing?
There are many books, such as 'Nederlands in Gang' or 'De sprong'. Check if they align with the exam. Online practice with Dutch Fluency is also a good option, because you get direct feedback. Choose a method that suits you and stick with it.
How can I improve my vocabulary for B1 writing?
Read a lot of Dutch texts, such as news articles or short stories. Write new words in a notebook and use them in your own sentences. That way, you remember them. You can also make theme lists, for example about work, health, or free time. That helps with writing about those topics.
Am I allowed to use a dictionary during the exam?
No, during the civic integration exam, you are not allowed to use a dictionary. That is why it is important to practice a lot without aids, so you are confident. Practice writing sentences without looking up, and learn the most common words by heart.
More guides and exam tips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Registering for the Civic Integration Exam with DUO: How to Do It
- Civic Integration Exam A2 Complete Guide 2025
- State Exam NT2 Program I: Everything You Need to Know
- Inburgering Listening Practice A2: How to Tackle It
- NT2 Practice Exams: How to Pass Your Civic Integration Exam
- Practice NT2 Listening: How to Tackle It (A2-B1)