Inburgeren schrijven: zo oefen je voor het A2-examen
Als je gaat inburgeren, moet je het onderdeel schrijven op A2-niveau doen. Dat klinkt spannend, maar het is heel concreet: je moet een kort bericht kunnen schrijven, een formulier invullen of een briefje achterlaten. In deze gids lees je wat je precies moet kunnen, hoe het examen eruitziet en hoe je stap voor stap oefent. Zo weet je precies waar je aan toe bent.
In Nederland schrijf je veel meer dan je denkt. Een appje naar de juf van je kind, een e-mail naar de huisarts, een brief aan de gemeente of een berichtje aan je collega. Als je dit op A2-niveau kunt, voel je je veel zekerder in het dagelijks leven. Het examen is geen losse oefening; het is een vaardigheid die je elke dag gebruikt.
In deze gids vind je voorbeeldzinnen, een stappenplan en veelgemaakte fouten. Je leert ook hoe je thuis kunt oefenen, zonder dure boeken. Wees gerust: A2-schrijven is te doen. Met een paar weken gericht oefenen kun je al veel vooruitgang boeken. En onthoud: je hoeft niet perfect te zijn, je moet duidelijk zijn.
Wat moet je kunnen bij inburgeren schrijven?
Het onderdeel schrijven van het inburgeringsexamen toetst of je korte, eenvoudige teksten kunt schrijven over alledaagse onderwerpen. Denk aan een berichtje aan een vriend, een briefje voor de buren, of een kort formulier. Je hoeft geen lange verhalen te schrijven, maar je moet wel duidelijk maken wat je bedoelt.
Het examen bestaat uit twee delen: een formulier invullen en een korte tekst schrijven. Bij het formulier moet je bijvoorbeeld je naam, adres en geboortedatum invullen. Bij de tekst krijg je een opdracht zoals 'Schrijf een briefje aan je buurvrouw dat je volgende week op vakantie gaat en vraag of ze de planten water wil geven.' Je moet dan in een paar zinnen een duidelijk verhaal schrijven.
Je wordt beoordeeld op drie dingen: heb je de opdracht gedaan, is de tekst begrijpelijk en is de grammatica en spelling goed genoeg? Je hoeft geen perfecte zinnen te schrijven, maar de lezer moet wel snappen wat je bedoelt. Het is dus belangrijker dat je eenvoudige, correcte zinnen schrijft dan dat je moeilijke woorden gebruikt.
Hoe ziet het examen eruit?
Het examen duurt ongeveer 40 minuten en je maakt het op de computer. Je krijgt een aantal opdrachten op het scherm en typt je antwoorden in. Je kunt tussendoor niet pauzeren, dus het is goed om te oefenen met typen in het Nederlands.
De opdrachten zijn altijd praktisch. Je moet bijvoorbeeld een e-mail schrijven aan je werkgever dat je ziek bent, of een reactie geven op een advertentie. Soms moet je ook een formulier invullen met je persoonlijke gegevens. Het is handig om te weten dat je geen woordenboek mag gebruiken.
Het is belangrijk om te weten dat het examen niet steeds hetzelfde is. De onderwerpen kunnen verschillen, maar het niveau is altijd A2. Je kunt dus oefenen met voorbeeldopdrachten, maar de echte opdracht zal net iets anders zijn. Toch is het goed om te wennen aan de vorm en de tijd.
- Lees de opdracht altijd twee keer voordat je begint.
- Schrijf eerst een kladje op papier als dat mag.
- Controleer of je alle punten uit de opdracht hebt behandeld.
- Gebruik korte zinnen: onderwerp, persoonsvorm, rest.
- Let op hoofdletters aan het begin van een zin en punten aan het einde.
- Oefen met typen op een Nederlands toetsenbord (met de juiste tekens).
Veelgemaakte fouten bij schrijven (en wat wél werkt)
Veel mensen maken dezelfde fouten bij het schrijven. Een veelgemaakte fout is dat ze te moeilijke woorden proberen te gebruiken. Daardoor maken ze meer grammaticafouten. Het is beter om eenvoudige woorden te gebruiken die je kent. Een andere fout is dat ze de opdracht niet helemaal lezen en daardoor een deel vergeten.
Ook vergeten mensen vaak de aanhef en afsluiting in een brief. Bij een formele brief schrijf je 'Geachte heer/mevrouw' en eindig je met 'Met vriendelijke groet'. Bij een informeel berichtje kun je beginnen met 'Hoi' en eindigen met 'Groetjes'. Het is belangrijk om te weten welk register je moet gebruiken.
Wat goed werkt, is om elke dag een kort berichtje te schrijven in het Nederlands. Dat kan een appje zijn naar een vriend of een briefje voor jezelf. Zo oefen je automatisch met zinsbouw en woordenschat. Lees ook veel Nederlandse teksten, zoals nieuwsberichten of korte verhalen, om te zien hoe zinnen in elkaar zitten.
- Fout: 'Ik ben naar de winkel geweest en ik heb brood gekocht en ik heb melk gekocht.' Beter: 'Ik ben naar de winkel geweest. Ik heb brood en melk gekocht.'
- Fout: 'Mijn naam is Ahmed en ik woon in Utrecht en ik werk bij een bedrijf.' Beter: 'Mijn naam is Ahmed. Ik woon in Utrecht. Ik werk bij een bedrijf.'
- Fout: 'Ik wil graag vragen of u mij kunt helpen met mijn formulier.' Beter: 'Kunt u mij helpen met mijn formulier?'
- Fout: 'Ik heb gisteren een afspraak gemaakt, maar ik kan niet komen.' Beter: 'Ik heb gisteren een afspraak gemaakt, maar ik kan niet komen. Kunnen we een nieuwe afspraak maken?'
- Fout: 'Ik ben vergeten om mijn medicijnen te nemen.' Beter: 'Ik ben vergeten mijn medicijnen te nemen.'
- Fout: 'Ik woon in Nederland voor twee jaar.' Beter: 'Ik woon al twee jaar in Nederland.'
Praktische voorbeeldzinnen voor elke situatie
Hieronder vind je zinnen die je direct kunt gebruiken in het dagelijks leven. Oefen ze hardop en schrijf ze op. Zo wennen je handen en je hersenen aan de Nederlandse zinsbouw.
Deze zinnen zijn op A2-niveau: kort en duidelijk. Je kunt ze aanpassen aan je eigen situatie. Vervang de woorden tussen haakjes door je eigen gegevens.
- Ik ben ziek en kan vandaag niet naar mijn werk komen.
- Kunt u een nieuwe afspraak maken? Dinsdag om 10 uur past mij goed.
- Ik wil graag een afspraak maken met de huisarts.
- Mijn adres is [straatnaam] [nummer], [postcode] in [woonplaats].
- Ik heb een vraag over mijn huurcontract. Kunt u mij bellen?
- We zijn volgende week op vakantie. Kunt u de planten water geven?
- Ik wil mij aanmelden voor de cursus Nederlands. Waar kan ik dat doen?
- Bedankt voor uw hulp. Met vriendelijke groet, [je naam].
Stappenplan: wat je deze week doet om te oefenen
Je hoeft niet maanden te wachten om te beginnen. Met dit stappenplan kun je deze week al starten met oefenen. Plan elke dag een half uur in, bijvoorbeeld 's ochtends voor het werk of 's avonds na het eten.
Het belangrijkste is dat je regelmatig oefent. Korte momenten elke dag werken beter dan één lange sessie per week. Zo blijft het in je hoofd zitten en maak je snel vooruitgang.
- Dag 1: Schrijf een kort berichtje aan een vriend over je dag. Gebruik 5 zinnen.
- Dag 2: Vul een formulier in op papier (bijvoorbeeld een inschrijfformulier van een sportschool).
- Dag 3: Schrijf een e-mail aan je werkgever dat je een dag vrij wilt.
- Dag 4: Maak een boodschappenlijstje in het Nederlands en schrijf er zinnen bij, zoals 'Ik moet brood kopen'.
- Dag 5: Lees een kort artikel op nu.nl en schrijf drie zinnen over wat je hebt gelezen.
- Dag 6: Doe een oefenopdracht van de website van DUO of van Dutch Fluency.
- Dag 7: Schrijf een briefje aan je buren over een feestje dat je gaat geven.
Mini-checklist voor je examen
Gebruik deze checklist vlak voor je examen om te controleren of je alles hebt gedaan. Print hem uit en kruis de punten af terwijl je oefent.
Het helpt om deze checklist ook tijdens het echte examen in je hoofd te doorlopen. Zo vergeet je geen belangrijke stappen.
- Heb ik de opdracht volledig gelezen en begrepen?
- Heb ik alle gevraagde onderdelen behandeld (bijvoorbeeld aanhef, kern, afsluiting)?
- Zijn mijn zinnen kort en duidelijk?
- Heb ik hoofdletters en punten gebruikt?
- Heb ik de tijd gecontroleerd en genoeg tijd over voor controle?
Zo oefen je met Dutch Fluency en andere materialen
Bij Dutch Fluency vind je oefenexamens en oefeningen die lijken op het echte examen. Je kunt bijvoorbeeld het mock-examen doen om te wennen aan de tijdsdruk en de opdrachtvorm. Het is belangrijk om ook te oefenen met lezen en luisteren, want die vaardigheden helpen je bij schrijven. Als je veel leest, leer je hoe Nederlandse zinnen zijn opgebouwd.
Daarnaast kun je gratis oefenen op de website van DUO. Daar staan voorbeeldopdrachten en oude examens. Ook kun je oefenen met Nederlandse vrienden of buren: vraag of ze je berichtjes willen nakijken. Zo krijg je feedback en leer je van je fouten.
Oefen nu voor het schrijfexamen →Direct oefenen
Veelgestelde vragen
Wat is het niveau van inburgeren schrijven?
Het niveau is A2. Dat betekent dat je eenvoudige zinnen kunt schrijven over dagelijkse onderwerpen. Je hoeft geen lange of ingewikkelde teksten te maken. Het gaat erom dat je duidelijk bent.
Hoe lang duurt het onderdeel schrijven van het inburgeringsexamen?
Het onderdeel duurt ongeveer 40 minuten. Je maakt het op de computer. Het is belangrijk om goed op de tijd te letten, want je kunt niet pauzeren.
Mag ik een woordenboek gebruiken tijdens het examen?
Nee, je mag geen woordenboek of andere hulpmiddelen gebruiken. Je moet het examen zelf maken. Daarom is het belangrijk om veel te oefenen en woorden te leren.
Wat als ik een fout maak in mijn tekst?
Fouten maken is niet erg, zolang de tekst maar begrijpelijk is. Je wordt niet afgerekend op kleine foutjes. Het is belangrijker dat je de opdracht goed hebt uitgevoerd.
Hoe kan ik thuis oefenen voor inburgeren schrijven?
Je kunt oefenen door elke dag een kort berichtje te schrijven in het Nederlands. Ook kun je oefenexamens maken van DUO of Dutch Fluency. Vraag een Nederlander om je teksten na te kijken.
Moet ik kunnen typen voor het examen?
Ja, je typt je antwoorden op de computer. Het is handig om te oefenen met typen, zodat je niet te veel tijd kwijt bent aan het zoeken van letters. Je kunt oefenen met gratis typecursussen.
Andere gidsen en examentips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Inburgeringsexamen aanmelden DUO: zo doe je dat
- Inburgeringsexamen A2 complete gids 2025
- Staatsexamen NT2 programma I: alles wat je moet weten
- Inburgering luisteren oefenen A2: zo pak je het aan
- Oefenexamens NT2: zo haal je jouw inburgeringsexamen
- NT2 Luisteren Oefenen: Zo Pak Je Het Aan (A2-B1)
Lees ook alle artikelen over inburgering, NT2 en de Nederlandse cultuur →
Civic Integration Writing: How to Practice for the A2 Exam
When you go through civic integration, you have to do the writing section at A2 level. That sounds exciting, but it is very concrete: you have to be able to write a short message, fill out a form, or leave a note. In this guide, you will read what you need to be able to do, what the exam looks like, and how to practice step by step. That way, you know exactly where you stand.
In the Netherlands, you write more than you think. A message to your child's teacher, an email to the doctor, a letter to the municipality, or a message to your colleague. If you can do this at A2 level, you will feel much more confident in daily life. The exam is not a separate exercise; it is a skill you use every day.
In this guide, you will find example sentences, a step-by-step plan, and common mistakes. You will also learn how to practice at home without expensive books. Rest assured: A2 writing is doable. With a few weeks of focused practice, you can already make a lot of progress. And remember: you don't have to be perfect, you have to be clear.
What do you need to be able to do for civic integration writing?
The writing section of the civic integration exam tests whether you can write short, simple texts about everyday topics. Think of a message to a friend, a note for the neighbors, or a short form. You don't have to write long stories, but you do have to make clear what you mean.
The exam consists of two parts: filling out a form and writing a short text. For the form, you have to fill in your name, address, and date of birth, for example. For the text, you get an assignment like 'Write a note to your neighbor that you are going on vacation next week and ask if she can water the plants.' You then have to write a clear story in a few sentences.
You are assessed on three things: did you do the assignment, is the text understandable, and is the grammar and spelling good enough? You don't have to write perfect sentences, but the reader has to understand what you mean. So it is more important that you write simple, correct sentences than that you use difficult words.
What does the exam look like?
The exam takes about 40 minutes and you take it on the computer. You get a number of assignments on the screen and type your answers in. You cannot take a break in between, so it is good to practice typing in Dutch.
The assignments are always practical. For example, you have to write an email to your employer that you are sick, or respond to an advertisement. Sometimes you also have to fill out a form with your personal details. It is handy to know that you are not allowed to use a dictionary.
It is important to know that the exam is not always the same. The topics can differ, but the level is always A2. So you can practice with example assignments, but the real assignment will be slightly different. Still, it is good to get used to the format and the time.
- Always read the assignment twice before you start.
- First write a draft on paper if that is allowed.
- Check whether you have covered all the points from the assignment.
- Use short sentences: subject, verb, rest.
- Pay attention to capital letters at the beginning of a sentence and periods at the end.
- Practice typing on a Dutch keyboard (with the correct characters).
Common mistakes in writing (and what works instead)
Many people make the same mistakes when writing. A common mistake is that they try to use too difficult words. As a result, they make more grammar mistakes. It is better to use simple words that you know. Another mistake is that they don't read the assignment completely and therefore forget part of it.
People also often forget the salutation and closing in a letter. In a formal letter, you write 'Dear sir/madam' and end with 'Sincerely'. In an informal message, you can start with 'Hi' and end with 'Greetings'. It is important to know which register to use.
What works well is to write a short message in Dutch every day. That can be a message to a friend or a note for yourself. That way, you automatically practice sentence structure and vocabulary. Also read a lot of Dutch texts, such as news articles or short stories, to see how sentences are put together.
- Wrong: 'I went to the store and I bought bread and I bought milk.' Better: 'I went to the store. I bought bread and milk.'
- Wrong: 'My name is Ahmed and I live in Utrecht and I work at a company.' Better: 'My name is Ahmed. I live in Utrecht. I work at a company.'
- Wrong: 'I would like to ask if you can help me with my form.' Better: 'Can you help me with my form?'
- Wrong: 'I made an appointment yesterday, but I can't come.' Better: 'I made an appointment yesterday, but I can't come. Can we make a new appointment?'
- Wrong: 'I forgot to take my medicine.' Better: 'I forgot to take my medicine.'
- Wrong: 'I live in the Netherlands for two years.' Better: 'I have lived in the Netherlands for two years.'
Practical example sentences for every situation
Below you will find sentences that you can use directly in daily life. Practice them out loud and write them down. That way, your hands and your brain get used to Dutch sentence structure.
These sentences are at A2 level: short and clear. You can adapt them to your own situation. Replace the words in parentheses with your own details.
- I am sick and cannot come to work today.
- Can you make a new appointment? Tuesday at 10 o'clock suits me fine.
- I would like to make an appointment with the doctor.
- My address is [street name] [number], [postal code] in [city].
- I have a question about my rental contract. Can you call me?
- We are on vacation next week. Can you water the plants?
- I want to register for the Dutch course. Where can I do that?
- Thank you for your help. Sincerely, [your name].
Step-by-step plan: what you do this week to practice
You don't have to wait months to start. With this step-by-step plan, you can start practicing this week. Plan half an hour every day, for example in the morning before work or in the evening after dinner.
The most important thing is that you practice regularly. Short moments every day work better than one long session per week. That way, it stays in your head and you make quick progress.
- Day 1: Write a short message to a friend about your day. Use 5 sentences.
- Day 2: Fill out a form on paper (for example, a registration form from a gym).
- Day 3: Write an email to your employer that you want a day off.
- Day 4: Make a shopping list in Dutch and write sentences with it, like 'I need to buy bread'.
- Day 5: Read a short article on nu.nl and write three sentences about what you read.
- Day 6: Do a practice assignment from the DUO website or from Dutch Fluency.
- Day 7: Write a note to your neighbors about a party you are going to have.
Mini checklist for your exam
Use this checklist right before your exam to check whether you have done everything. Print it out and check off the points while you practice.
It helps to go through this checklist in your head during the real exam too. That way, you don't forget important steps.
- Have I read and understood the assignment completely?
- Have I covered all the requested parts (for example, salutation, body, closing)?
- Are my sentences short and clear?
- Have I used capital letters and periods?
- Have I checked the time and do I have enough time left for checking?
How to practice with Dutch Fluency and other materials
At Dutch Fluency, you will find practice exams and exercises that resemble the real exam. For example, you can do the mock exam to get used to the time pressure and the assignment format. It is important to also practice reading and listening, because those skills help you with writing. If you read a lot, you learn how Dutch sentences are structured.
You can also practice for free on the DUO website. There you will find example assignments and old exams. You can also practice with Dutch friends or neighbors: ask them to check your messages. That way, you get feedback and learn from your mistakes.
Oefen nu voor het schrijfexamen →Practice now
Frequently asked questions
What is the level of civic integration writing?
The level is A2. That means you can write simple sentences about everyday topics. You don't have to write long or complicated texts. The point is that you are clear.
How long does the writing section of the civic integration exam take?
The section takes about 40 minutes. You take it on the computer. It is important to watch the time, because you cannot take a break.
Can I use a dictionary during the exam?
No, you are not allowed to use a dictionary or other aids. You have to do the exam yourself. That is why it is important to practice a lot and learn words.
What if I make a mistake in my text?
Making mistakes is not a problem, as long as the text is understandable. You are not judged on small mistakes. It is more important that you did the assignment well.
How can I practice for civic integration writing at home?
You can practice by writing a short message in Dutch every day. You can also make practice exams from DUO or Dutch Fluency. Ask a Dutch person to check your texts.
Do I need to be able to type for the exam?
Yes, you type your answers on the computer. It is handy to practice typing so that you don't spend too much time looking for letters. You can practice with free typing courses.
More guides and exam tips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Registering for the Civic Integration Exam with DUO: How to Do It
- Civic Integration Exam A2 Complete Guide 2025
- State Exam NT2 Program I: Everything You Need to Know
- Inburgering Listening Practice A2: How to Tackle It
- NT2 Practice Exams: How to Pass Your Civic Integration Exam
- Practice NT2 Listening: How to Tackle It (A2-B1)