Dutch Fluency Dutch Fluency NT2
← Home All guides Practice
Inburgering examen spreken: oefenen en slagen (A2)

Inburgering examen spreken: zo oefen je en slaag je

Je zoekt naar 'inburgering examen spreken' en wilt weten wat je precies moet doen. Het examen spreken is één van de onderdelen van het inburgeringsexamen op niveau A2. Je moet laten zien dat je korte gesprekken kunt voeren in het Nederlands, bijvoorbeeld met je buren, op de markt of bij de huisarts. Het is niet zo eng als het lijkt, maar je moet wel goed weten wat je kunt verwachten en hoe je oefent.

In Nederland is het inburgeringsexamen verplicht als je van buiten de EU komt en hier blijft wonen. Het examen bestaat uit vier onderdelen: lezen, luisteren, schrijven en spreken. Daarnaast is er het onderdeel Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM). Het onderdeel spreken duurt ongeveer 15 minuten en je voert gesprekken met een computer. Je hoort vragen en je antwoordt in het Nederlands. Je antwoorden worden opgenomen en later beoordeeld door een examinator.

In deze gids lees je hoe het examen spreken eruitziet, welke onderwerpen je kunt verwachten en hoe je je voorbereidt. Je krijgt veel voorbeeldzinnen die je direct kunt gebruiken en een stappenplan voor de weken voor je examen. Wees gerust: met gerichte oefening kun je dit examen halen. Je hoeft geen perfect Nederlands te spreken, maar je moet wel duidelijk en begrijpelijk zijn.

Wat is het inburgering examen spreken?

Het inburgering examen spreken is een onderdeel van het inburgeringsexamen op niveau A2. Tijdens dit examen laat je zien dat je eenvoudige gesprekken kunt voeren in het Nederlands. Je moet bijvoorbeeld kunnen vertellen over jezelf, je familie, je werk en je vrije tijd. Je moet ook kunnen reageren op situaties, zoals een afspraak maken of iets kopen in een winkel.

Het examen duurt ongeveer 15 minuten. Je zit in een hokje met een koptelefoon en een microfoon. Je hoort een vraag en je moet daarop antwoorden. Soms zie je ook een plaatje op het scherm. Je hebt per vraag een bepaalde tijd om te antwoorden, meestal rond de 10 tot 20 seconden. Het is belangrijk dat je rustig praat en niet te snel. Je hoeft geen lange verhalen te vertellen, maar je antwoord moet wel duidelijk zijn.

Het niveau is A2. Dat betekent dat je korte, eenvoudige zinnen kunt maken. Je hoeft geen moeilijke woorden te gebruiken. Het is belangrijker dat je begrijpelijk bent. Je mag fouten maken, zolang de boodschap maar overkomt. De examinator kijkt naar je woordenschat, je grammatica, je uitspraak en of je antwoord past bij de vraag.

Hoe ziet het examen spreken eruit?

Het examen spreken bestaat uit verschillende onderdelen. In het eerste deel moet je korte vragen beantwoorden over jezelf. Bijvoorbeeld: 'Hoe heet je?' 'Waar woon je?' 'Wat doe je in je vrije tijd?' Je antwoordt in één of twee zinnen. In het tweede deel krijg je een situatie en moet je vertellen wat je zou doen. Bijvoorbeeld: 'Je wilt een fiets kopen. Wat zeg je tegen de verkoper?'

Het derde deel gaat over het beschrijven van een plaatje. Je ziet bijvoorbeeld een foto van een gezin aan het ontbijt. Je moet vertellen wat je ziet. Je hoeft niet elk detail te noemen, maar je moet wel een paar zinnen kunnen zeggen. In het laatste deel moet je een mening geven of iets uitleggen. Bijvoorbeeld: 'Vind je het belangrijk om op tijd te komen? Waarom?'

De vragen worden voorgelezen door een computer. Je hoort de vraag via de koptelefoon. Je kunt de vraag niet herhalen, dus luister goed. Als je het antwoord niet weet, kun je iets zeggen als: 'Sorry, kunt u de vraag herhalen?' Maar dat kan niet altijd, dus het is beter om te oefenen met luisteren naar Nederlandse vragen. Je kunt oefenen met de voorbeeldvragen op de website van DUO of in de Dutch Fluency app.

Welke onderwerpen komen voor?

De onderwerpen van het examen spreken zijn altijd alledaagse situaties. Je hoeft geen ingewikkelde onderwerpen te bespreken. De meest voorkomende onderwerpen zijn: jezelf voorstellen, familie en vrienden, wonen, werk, vrije tijd, eten en drinken, winkelen, gezondheid, vervoer en het weer. Je moet kunnen vertellen over je dag, je gewoontes en je plannen.

Het is handig om te oefenen met deze onderwerpen. Maak zinnen over jezelf en je leven. Bijvoorbeeld: 'Ik woon in Utrecht met mijn man en twee kinderen.' 'Ik werk als schoonmaker bij een school.' 'In mijn vrije tijd kijk ik graag naar voetbal.' Als je over je eigen leven kunt praten, kun je veel vragen beantwoorden.

Je hoeft geen moeilijke woorden te kennen. Het is beter om eenvoudige woorden te gebruiken die je kent. Als je een woord niet weet, kun je het omschrijven. Bijvoorbeeld: 'Ik heb een apparaat om brood te roosteren' in plaats van 'een broodrooster'. De examinator waardeert het als je probeert te communiceren, ook al maak je fouten.

Praktische voorbeeldzinnen voor het examen spreken

Hieronder vind je voorbeeldzinnen die je kunt gebruiken tijdens het examen. Oefen ze hardop, zodat je ze goed kunt uitspreken. Je hoeft ze niet uit je hoofd te leren, maar het helpt om ze te kennen. Je kunt ze aanpassen aan je eigen situatie. Bijvoorbeeld: 'Ik woon in Amsterdam' wordt 'Ik woon in Rotterdam' als dat zo is.

Let op je uitspraak. Spreek duidelijk en niet te snel. Als je een fout maakt, ga dan verder. Het is beter om een fout te maken en door te gaan dan te stoppen. De examinator wil zien dat je kunt communiceren, niet dat je perfect Nederlands spreekt.

Stappenplan: zo bereid je je voor op het examen spreken

Je hoeft niet wekenlang elke dag uren te oefenen. Maar een goede voorbereiding is wel belangrijk. Begin minimaal vier weken voor je examen met oefenen. Plan elke dag een half uur in om Nederlands te spreken. Zet een wekker en praat hardop, ook al is het tegen jezelf. Dit helpt je om te wennen aan het spreken.

Zoek een oefenpartner. Dat kan je partner zijn, een vriend of iemand uit je buurt. Spreek af dat je samen Nederlands praat. Je kunt ook online een taalmaatje vinden. Als je niemand hebt, kun je de Dutch Fluency app gebruiken. Daar kun je spreekopdrachten doen en jezelf opnemen. Luister terug en verbeter je uitspraak.

Maak een lijst van veelvoorkomende vragen en oefen je antwoorden. Schrijf ze op en lees ze hardop voor. Neem jezelf op met je telefoon en luister terug. Let op je tempo en je uitspraak. Doe dit net zo lang tot je tevreden bent. Je kunt ook oefenen met de voorbeeldexamens van DUO.

Veelgemaakte fouten (en wat wél werkt)

Veel mensen maken dezelfde fouten tijdens het examen spreken. Een veelgemaakte fout is te snel praten. Je bent zenuwachtig en je wilt alles snel zeggen. Maar als je te snel praat, is het moeilijk te verstaan. Praat rustig en neem de tijd. Je hebt genoeg tijd om te antwoorden.

Een andere fout is te korte antwoorden geven. Als de vraag is: 'Wat doe je in je vrije tijd?' en je zegt alleen 'tv kijken', dan is dat te kort. Je moet een volledige zin maken: 'In mijn vrije tijd kijk ik graag tv, vooral films.' Zo laat je zien dat je meer Nederlands kunt. Maar maak het ook niet te lang. Twee of drie zinnen is genoeg.

Sommige mensen raken in paniek als ze een woord niet weten. Ze stoppen met praten en zwijgen. Dat is niet goed. Probeer het woord te omschrijven of gebruik een ander woord. Bijvoorbeeld: 'Ik heb een ding om mee te schrijven' in plaats van 'pen'. De examinator wil zien dat je door kunt praten, ook als je iets niet weet.

Mini checklist voor de dag van het examen

Op de dag van het examen wil je niet voor verrassingen komen te staan. Zorg dat je weet waar het examen is en hoe je er komt. Neem je identiteitsbewijs en je uitnodiging mee. Zorg dat je op tijd bent, want als je te laat komt, mag je misschien niet naar binnen.

Tijdens het examen zit je in een hokje met een koptelefoon. Test de koptelefoon voordat je begint. Als je iets niet hoort, steek je hand op. Blijf rustig. Je kunt de vragen niet herhalen, dus luister goed. Als je een vraag mist, raak dan niet in paniek. Ga door naar de volgende vraag.

Zo oefen je dit met Dutch Fluency

Dutch Fluency heeft een speciale module voor het inburgering examen spreken. Je kunt oefenen met voorbeeldvragen die lijken op het echte examen. Je neemt jezelf op en krijgt feedback op je uitspraak en je antwoorden. Zo kun je thuis oefenen, op je eigen tempo. Je kunt de oefeningen zo vaak doen als je wilt.

De app is gemaakt voor mensen die Nederlands leren, net als jij. Je oefent met alledaagse situaties, zoals boodschappen doen, naar de dokter gaan en praten over je werk. Je leert de zinnen die je echt nodig hebt. Met de feedback word je steeds beter. Veel mensen hebben met Dutch Fluency hun examen gehaald. Jij kunt dat ook.

Oefen nu met spreken →

Direct oefenen

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het inburgering examen spreken?

Het examen spreken duurt ongeveer 15 minuten. Je beantwoordt een aantal vragen, die worden opgenomen. De totale tijd kan iets langer zijn vanwege instructies, maar het echte examen is kort. Controleer de actuele informatie bij DUO.

Wat is het niveau van het inburgering examen spreken?

Het niveau is A2. Dat betekent dat je eenvoudige zinnen kunt maken en korte gesprekken kunt voeren. Je hoeft geen perfect Nederlands te spreken. Je moet wel duidelijk en begrijpelijk zijn.

Kan ik het examen spreken oefenen met een voorbeeldexamen?

Ja, je kunt oefenen met voorbeeldexamens op de website van DUO en in de Dutch Fluency app. Deze voorbeelden lijken op het echte examen. Zo weet je wat je kunt verwachten en kun je wennen aan de vragen en de tijdsdruk.

Wat moet ik doen als ik een vraag niet versta?

Als je een vraag niet versta, kun je proberen te raden wat er gevraagd wordt. Je kunt ook iets zeggen als 'Sorry, kunt u dat herhalen?' maar dat kan niet altijd. Luister goed en vraag om herhaling als dat mogelijk is. Blijf rustig en doe je best.

Hoe wordt het examen spreken beoordeeld?

Je antwoorden worden opgenomen en later beoordeeld door een examinator. De examinator kijkt naar je woordenschat, je grammatica, je uitspraak en of je antwoord past bij de vraag. Je hoeft geen perfecte zinnen te maken, maar je moet wel begrijpelijk zijn.

Wat is het slaagpercentage voor het inburgering examen spreken?

Het slaagpercentage verschilt per jaar en per examen. Er is geen vaste score die je moet halen. Je moet voldoende punten behalen voor de verschillende onderdelen. Controleer bij DUO hoe de beoordeling precies werkt.

Andere gidsen en examentips

Lees ook alle artikelen over inburgering, NT2 en de Nederlandse cultuur →