Inburgering schrijven: zo oefen je voor het examen
Je zoekt informatie over het onderdeel schrijven van het inburgeringsexamen. Dat begrijp ik goed, want schrijven is voor veel mensen het spannendste onderdeel. In dit artikel lees je precies wat je moet kunnen, hoe het examen eruitziet en hoe je stap voor stap oefent. Geen vage tips, maar concrete voorbeeldzinnen en een duidelijk stappenplan.
In Nederland moet je het inburgeringsexamen halen om je inburgering af te ronden. Het onderdeel schrijven is verplicht en telt mee voor je overall resultaat. Je moet laten zien dat je eenvoudige teksten kunt schrijven, zoals een kort berichtje aan de juf van je kind, een e-mail aan je werkgever of een formulier bij de gemeente. Dit zijn situaties die je echt tegenkomt in het dagelijks leven, dus het is de moeite waard om hier goed op te oefenen.
In deze gids leggen we uit wat je kunt verwachten, hoe je oefent met voorbeeldzinnen en welke fouten je moet vermijden. Je krijgt ook een stappenplan voor deze week en een mini-checklist voor de dag van het examen. Zo ga je met vertrouwen naar het examen toe. En onthoud: je hoeft geen perfect Nederlands te schrijven, je moet laten zien dat je jezelf kunt redden in de praktijk.
Wat is het onderdeel schrijven van het inburgeringsexamen?
Het onderdeel schrijven is een van de vier examenonderdelen van het inburgeringsexamen. Je moet op de computer zinnen en korte teksten typen. Het doel is om te bewijzen dat je schriftelijk kunt communiceren op niveau A2. Dat betekent: eenvoudige zinnen maken over alledaagse onderwerpen, zoals je familie, je werk, je huis of je gezondheid.
Het examen duurt ongeveer een uur, maar de exacte tijd en het aantal vragen kunnen verschillen. Controleer de actuele informatie bij DUO of op Mijn Inburgering. Wat je wel weet: je moet zinnen afmaken, zinnen schrijven bij een plaatje en een kort berichtje typen. Je hoeft geen lange verhalen te schrijven, maar je moet wel duidelijk zijn. Een simpele zin als 'Ik ben gisteren naar de dokter geweest' is al goed.
Het is belangrijk om te weten dat het examen op de computer gaat. Je typt je antwoorden, dus je hoeft niet netjes te schrijven met de hand. Dat scheelt al een zorg. Maar je moet wel kunnen typen op een Nederlands toetsenbord. Oefen thuis met typen als je dat nog niet gewend bent.
Wat moet je kunnen voor het examen schrijven?
Voor het onderdeel schrijven moet je een paar dingen kunnen. Ten eerste: eenvoudige zinnen maken met de juiste woordvolgorde. In het Nederlands is de woordvolgorde anders dan in veel andere talen. Bijvoorbeeld: in een bijzin gaat de persoonsvorm naar het einde. Dat is lastig, maar met oefenen gaat het beter.
Ten tweede: je moet kunnen schrijven over jezelf en je dagelijkse leven. Denk aan zinnen als 'Ik woon in Utrecht', 'Mijn zoon zit op school' of 'Ik werk in een supermarkt'. Dit zijn zinnen die je vaak moet maken. Ten derde: je moet een kort bericht kunnen schrijven, zoals een e-mail of een briefje. Bijvoorbeeld aan je huisbaas: 'De verwarming doet het niet. Kunt u komen kijken?'
Je hoeft geen perfecte grammatica te hebben, maar je zinnen moeten wel begrijpelijk zijn. De examinator wil zien dat je je kunt redden in het dagelijks leven. Dus maak het niet te moeilijk. Korte, duidelijke zinnen zijn beter dan lange, ingewikkelde zinnen waar fouten in zitten.
- Ik woon in Nederland sinds 2022.
- Mijn man werkt bij een bakkerij.
- Ik heb gisteren boodschappen gedaan bij de Albert Heijn.
- Kunt u mij helpen met dit formulier?
- Ik ben verhuisd naar een nieuw huis.
- Mijn kind is vandaag niet naar school gegaan omdat hij ziek is.
Hoe ziet het examen eruit?
Het examen bestaat uit verschillende soorten opdrachten. Je krijgt bijvoorbeeld een zin die je moet afmaken. Er staat: 'Ik ga vanmiddag naar de markt, want...' en jij moet de zin afmaken. Of je ziet een plaatje van een man die een hond uitlaat, en jij moet een zin schrijven over het plaatje. Ook krijg je opdrachten waarbij je een kort berichtje moet typen, zoals een e-mail aan een vriend of een briefje voor de buren.
Het is handig om te weten dat je niet hoeft te spellen zoals in een dictee. Je mag fouten maken, zolang de boodschap maar duidelijk is. De computer beoordeelt niet op spelling, maar een echte beoordelaar kijkt naar je tekst. Dus schrijf gewoon wat je wilt zeggen, in eenvoudige woorden.
Een veelgemaakte fout is dat mensen te lang nadenken en daardoor te weinig typen. Je hebt beperkt de tijd, dus schrijf snel maar netjes. Oefen thuis met een timer, zodat je weet hoe snel je moet typen. En lees je antwoord altijd even terug voordat je op 'volgende' klikt.
Praktische voorbeeldzinnen voor het examen
Hieronder vind je voorbeeldzinnen die je kunt gebruiken bij het oefenen. Ze zijn verdeeld over verschillende situaties die je op het examen kunt tegenkomen. Lees ze hardop, typ ze over en pas ze aan naar je eigen situatie. Zo leer je de zinnen niet alleen herkennen, maar ook zelf maken.
Je hoeft deze zinnen niet uit je hoofd te leren, maar het helpt wel om ze te oefenen. Als je ze vaak typt, worden ze vanzelf makkelijker. En als je een soortgelijke opdracht krijgt op het examen, weet je precies wat je moet doen.
- Ik wil graag een afspraak maken met de dokter.
- Mijn trein had vertraging, daarom kom ik later.
- Wilt u de deur openen? Ik heb mijn handen vol.
- Ik heb een vraag over mijn huurcontract.
- Kunt u mij vertellen waar de supermarkt is?
- Ik ben gisteren verhuisd, dus mijn adres is veranderd.
- Mijn kind heeft morgen een feestje op school.
- Ik wil een taart bestellen voor mijn verjaardag.
Stappenplan: zo oefen je deze week
Je wilt natuurlijk goed voorbereid zijn. Met dit stappenplan weet je precies wat je deze week kunt doen om te oefenen voor het onderdeel schrijven. Plan elke dag een half uurtje in, dan is het niet te veel en toch effectief.
Het belangrijkste is dat je veel schrijft. Schrijf over je eigen leven, want die woorden ken je al. En vraag iemand om je zinnen te controleren, of gebruik een app zoals Dutch Fluency om te oefenen met examenvragen.
- Maandag: Schrijf 5 zinnen over jezelf. Bijvoorbeeld: 'Ik heet...', 'Ik kom uit...', 'Ik woon in...'.
- Dinsdag: Oefen met het afmaken van zinnen. Maak zinnen af zoals 'Ik ga naar de markt, want...'.
- Woensdag: Schrijf een kort berichtje aan een vriend. Nodig hem of haar uit voor een kopje koffie.
- Donderdag: Oefen met het schrijven bij een plaatje. Zoek een foto op internet en schrijf 3 zinnen over wat je ziet.
- Vrijdag: Typ een e-mail aan je huisbaas over een probleem in huis. Bijvoorbeeld: 'De kraan lekt. Kunt u het maken?'.
- Zaterdag: Maak een oefenexamen op de website van Dutch Fluency of bij DUO. Doe alsof je echt examen hebt.
- Zondag: Lees al je zinnen van de week terug. Verbeter de fouten die je ziet en schrijf ze opnieuw.
Veelgemaakte fouten (en wat wél werkt)
Iedereen maakt fouten, maar sommige fouten kun je makkelijk voorkomen. Hieronder zie je de meest gemaakte fouten bij het onderdeel schrijven en hoe je het beter kunt doen. Lees ze goed door en let er tijdens het oefenen op.
Een veelgemaakte fout is dat mensen te lange zinnen schrijven. Lange zinnen zijn moeilijker om goed te maken. Korte zinnen zijn duidelijker en leveren minder fouten op. Schrijf dus liever 'Ik ben moe. Ik ga naar bed.' dan 'Ik ben moe, dus ik ga naar bed omdat ik vroeg op moet staan.'
- Fout: 'Ik woon in Nederland al vijf jaar.' → Beter: 'Ik woon al vijf jaar in Nederland.' Let op de woordvolgorde.
- Fout: 'Gisteren ik heb boodschappen gedaan.' → Beter: 'Gisteren heb ik boodschappen gedaan.' Inversie na een tijdwoord.
- Fout: 'Mijn kind is naar school gegaan, maar hij is nu thuis.' → Beter: 'Mijn kind is naar school gegaan. Nu is hij thuis.' Maak twee zinnen.
- Fout: 'Ik wil graag een afspraak maken voor de dokter.' → Beter: 'Ik wil graag een afspraak maken met de dokter.' Gebruik 'met' bij personen.
- Fout: 'Ik heb een vraag over mijn huurcontract, want ik wil verhuizen.' → Beter: 'Ik heb een vraag over mijn huurcontract. Ik wil verhuizen.' Gebruik 'want' niet te vaak.
- Fout: 'De verwarming doet het niet, dus ik heb koud.' → Beter: 'De verwarming doet het niet. Ik heb het koud.' Let op 'het' bij 'het koud hebben'.
Mini-checklist voor de dag van het examen
Op de dag van het examen wil je niet voor verrassingen komen te staan. Deze checklist helpt je om alles goed te regelen. Print hem uit of zet hem in je telefoon, en loop hem de avond van tevoren door.
Zorg dat je weet waar het examen is en hoe je er komt. Neem je identiteitsbewijs en je uitnodiging mee. En zorg dat je op tijd bent, want je wilt niet gestrest beginnen.
- Heb je je identiteitsbewijs en uitnodiging bij je?
- Weet je hoe je bij het examencentrum komt?
- Heb je voldoende geslapen en gegeten?
- Heb je geoefend met typen op een computer?
- Ken je de basiswoordenschat voor alledaagse situaties?
- Heb je een plan voor als je een vraag niet snapt? (Lees de vraag nog een keer, of gok het beste antwoord.)
Zo oefen je met Dutch Fluency voor het examen
Bij Dutch Fluency kun je oefenen met het onderdeel schrijven op een manier die lijkt op het echte examen. Je krijgt opdrachten zoals zinnen afmaken, zinnen schrijven bij een plaatje en korte berichten typen. De app geeft je direct feedback op je antwoorden, zodat je weet wat je goed doet en wat je kunt verbeteren.
Je kunt ook oefenen met de andere onderdelen, zoals lezen, luisteren, spreken en KNM. Zo bereid je jezelf voor op het hele examen. De oefeningen zijn gemaakt op niveau A2 en sluiten aan bij de onderwerpen die je echt tegenkomt in het dagelijks leven. Start vandaag nog met oefenen, dan ga je straks met vertrouwen naar het examen.
Oefen nu het onderdeel schrijven →Direct oefenen
Veelgestelde vragen
Wat is het onderdeel schrijven van het inburgeringsexamen?
Het onderdeel schrijven is een van de vier examenonderdelen. Je moet op de computer eenvoudige zinnen en korte teksten typen op niveau A2. Het gaat om alledaagse situaties, zoals een berichtje aan de juf of een e-mail aan je werkgever.
Hoe lang duurt het onderdeel schrijven?
Het examen duurt ongeveer een uur, maar de exacte tijd kan verschillen. Controleer de actuele informatie bij DUO of op Mijn Inburgering. Het is slim om thuis te oefenen met een timer, zodat je weet hoe snel je moet typen.
Mag ik fouten maken bij het onderdeel schrijven?
Ja, je mag fouten maken. Het is belangrijker dat je boodschap duidelijk is dan dat je perfecte grammatica gebruikt. Een beoordelaar kijkt of je jezelf kunt redden in de praktijk. Maak dus korte, duidelijke zinnen.
Wat voor opdrachten krijg ik bij het onderdeel schrijven?
Je krijgt opdrachten zoals zinnen afmaken, zinnen schrijven bij een plaatje en een kort berichtje typen. Bijvoorbeeld een e-mail aan je huisbaas of een briefje voor de buren. Oefen met deze soorten opdrachten op Dutch Fluency.
Hoe kan ik het beste oefenen voor het onderdeel schrijven?
Oefen elke dag een half uurtje. Schrijf over je eigen leven, maak korte zinnen en laat ze controleren door iemand of door de Dutch Fluency-app. Doe ook een oefenexamen om te wennen aan de tijdsdruk.
Moet ik kunnen typen voor het onderdeel schrijven?
Ja, het examen gaat op de computer, dus je moet kunnen typen. Oefen thuis met typen op een Nederlands toetsenbord. Je hoeft niet snel te typen, maar je moet wel binnen de tijd je antwoorden kunnen typen.
Andere gidsen en examentips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Inburgeringsexamen aanmelden DUO: zo doe je dat
- Inburgeringsexamen A2 complete gids 2025
- Staatsexamen NT2 programma I: alles wat je moet weten
- Inburgering luisteren oefenen A2: zo pak je het aan
- Oefenexamens NT2: zo haal je jouw inburgeringsexamen
- NT2 Luisteren Oefenen: Zo Pak Je Het Aan (A2-B1)
Lees ook alle artikelen over inburgering, NT2 en de Nederlandse cultuur →
Civic integration writing: how to practice for the exam
You're looking for information about the writing section of the civic integration exam. I get that, because writing is the most nerve-wracking part for many people. In this article, you'll read exactly what you need to be able to do, what the exam looks like, and how to practice step by step. No vague tips, but concrete example sentences and a clear step-by-step plan.
In the Netherlands, you need to pass the civic integration exam to complete your integration. The writing section is mandatory and counts toward your overall result. You need to show that you can write simple texts, like a short note to your child's teacher, an email to your employer, or a form at the municipality. These are situations you really encounter in daily life, so it's worth practicing well.
In this guide, we explain what you can expect, how to practice with example sentences, and which mistakes to avoid. You'll also get a step-by-step plan for this week and a mini checklist for the day of the exam. That way, you'll go to the exam with confidence. And remember: you don't need to write perfect Dutch, you just need to show that you can manage in practice.
What is the writing section of the civic integration exam?
The writing section is one of the four exam parts of the civic integration exam. You have to type sentences and short texts on the computer. The goal is to prove that you can communicate in writing at A2 level. That means: making simple sentences about everyday topics, like your family, your work, your home, or your health.
The exam takes about an hour, but the exact time and number of questions can vary. Check the current information at DUO or on My Integration. What you do know: you have to complete sentences, write sentences about a picture, and type a short message. You don't have to write long stories, but you do have to be clear. A simple sentence like 'I went to the doctor yesterday' is already good.
It's important to know that the exam is on the computer. You type your answers, so you don't have to write neatly by hand. That's one less worry. But you do need to be able to type on a Dutch keyboard. Practice typing at home if you're not used to it.
What do you need to be able to do for the writing exam?
For the writing section, you need to be able to do a few things. First: make simple sentences with the correct word order. In Dutch, the word order is different than in many other languages. For example, in a subordinate clause, the verb goes to the end. That's tricky, but with practice it gets better.
Second: you need to be able to write about yourself and your daily life. Think of sentences like 'I live in Utrecht', 'My son goes to school', or 'I work in a supermarket'. These are sentences you often have to make. Third: you need to be able to write a short message, like an email or a note. For example, to your landlord: 'The heating isn't working. Can you come and look?'
You don't need perfect grammar, but your sentences need to be understandable. The examiner wants to see that you can manage in daily life. So don't make it too difficult. Short, clear sentences are better than long, complicated ones with mistakes.
- I have lived in the Netherlands since 2022.
- My husband works at a bakery.
- I did groceries at Albert Heijn yesterday.
- Can you help me with this form?
- I have moved to a new house.
- My child didn't go to school today because he is sick.
What does the exam look like?
The exam has different types of assignments. For example, you get a sentence that you have to complete. It says: 'I'm going to the market this afternoon, because...' and you have to finish the sentence. Or you see a picture of a man walking a dog, and you have to write a sentence about the picture. You also get assignments where you have to type a short message, like an email to a friend or a note for the neighbors.
It's handy to know that you don't have to spell like in a dictation. You can make mistakes, as long as the message is clear. The computer doesn't grade spelling, but a real assessor looks at your text. So just write what you want to say, in simple words.
A common mistake is that people think too long and therefore type too little. You have limited time, so write quickly but neatly. Practice at home with a timer, so you know how fast you need to type. And always read your answer back before you click 'next'.
Practical example sentences for the exam
Below you'll find example sentences you can use when practicing. They are divided into different situations you might encounter on the exam. Read them out loud, type them over, and adapt them to your own situation. That way, you learn to recognize the sentences and also to make them yourself.
You don't have to memorize these sentences, but it helps to practice them. If you type them often, they become easier automatically. And if you get a similar assignment on the exam, you'll know exactly what to do.
- I would like to make an appointment with the doctor.
- My train was delayed, that's why I'm coming later.
- Can you open the door? My hands are full.
- I have a question about my rental contract.
- Can you tell me where the supermarket is?
- I moved yesterday, so my address has changed.
- My child has a party at school tomorrow.
- I want to order a cake for my birthday.
Step-by-step plan: how to practice this week
You naturally want to be well prepared. With this step-by-step plan, you'll know exactly what you can do this week to practice for the writing section. Plan half an hour each day, then it's not too much and still effective.
The most important thing is that you write a lot. Write about your own life, because you already know those words. And ask someone to check your sentences, or use an app like Dutch Fluency to practice with exam questions.
- Monday: Write 5 sentences about yourself. For example: 'My name is...', 'I come from...', 'I live in...'.
- Tuesday: Practice completing sentences. Complete sentences like 'I'm going to the market, because...'.
- Wednesday: Write a short message to a friend. Invite him or her for a cup of coffee.
- Thursday: Practice writing about a picture. Find a photo on the internet and write 3 sentences about what you see.
- Friday: Type an email to your landlord about a problem in the house. For example: 'The faucet is leaking. Can you fix it?'.
- Saturday: Do a practice exam on the Dutch Fluency website or at DUO. Pretend you're really taking the exam.
- Sunday: Read all your sentences from the week back. Correct the mistakes you see and write them again.
Common mistakes (and what works instead)
Everyone makes mistakes, but some mistakes are easy to avoid. Below you'll see the most common mistakes in the writing section and how to do it better. Read them carefully and pay attention while practicing.
A common mistake is that people write too long sentences. Long sentences are harder to get right. Short sentences are clearer and lead to fewer mistakes. So write 'I'm tired. I'm going to bed.' rather than 'I'm tired, so I'm going to bed because I have to get up early.'
- Wrong: 'I live in the Netherlands for five years.' → Better: 'I have lived in the Netherlands for five years.' Pay attention to the word order.
- Wrong: 'Yesterday I did groceries.' → Better: 'Yesterday I did groceries.' Inversion after a time word.
- Wrong: 'My child went to school, but he is home now.' → Better: 'My child went to school. Now he is home.' Make two sentences.
- Wrong: 'I want to make an appointment for the doctor.' → Better: 'I want to make an appointment with the doctor.' Use 'with' for people.
- Wrong: 'I have a question about my rental contract, because I want to move.' → Better: 'I have a question about my rental contract. I want to move.' Don't use 'because' too often.
- Wrong: 'The heating doesn't work, so I am cold.' → Better: 'The heating doesn't work. I am cold.' Pay attention to 'it' in 'I am cold'.
Mini checklist for the day of the exam
On the day of the exam, you don't want any surprises. This checklist helps you arrange everything properly. Print it out or put it in your phone, and go through it the evening before.
Make sure you know where the exam is and how to get there. Bring your ID and your invitation. And make sure you're on time, because you don't want to start stressed.
- Do you have your ID and invitation with you?
- Do you know how to get to the exam center?
- Have you slept and eaten enough?
- Have you practiced typing on a computer?
- Do you know the basic vocabulary for everyday situations?
- Do you have a plan if you don't understand a question? (Read the question again, or guess the best answer.)
How to practice with Dutch Fluency for the exam
At Dutch Fluency, you can practice the writing section in a way that resembles the real exam. You get assignments like completing sentences, writing sentences about a picture, and typing short messages. The app gives you direct feedback on your answers, so you know what you're doing well and what you can improve.
You can also practice the other sections, like reading, listening, speaking, and KNM. That way, you prepare for the whole exam. The exercises are made at A2 level and align with the topics you really encounter in daily life. Start practicing today, and you'll go to the exam with confidence.
Oefen nu het onderdeel schrijven →Practice now
Frequently asked questions
What is the writing section of the civic integration exam?
The writing section is one of the four exam parts. You have to type simple sentences and short texts on the computer at A2 level. It's about everyday situations, like a note to the teacher or an email to your employer.
How long does the writing section take?
The exam takes about an hour, but the exact time can vary. Check the current information at DUO or on My Integration. It's smart to practice at home with a timer, so you know how fast you need to type.
Can I make mistakes in the writing section?
Yes, you can make mistakes. It's more important that your message is clear than that you use perfect grammar. An assessor looks at whether you can manage in practice. So make short, clear sentences.
What kind of assignments do I get in the writing section?
You get assignments like completing sentences, writing sentences about a picture, and typing a short message. For example, an email to your landlord or a note for the neighbors. Practice these types of assignments on Dutch Fluency.
How can I best practice for the writing section?
Practice half an hour every day. Write about your own life, make short sentences, and have them checked by someone or by the Dutch Fluency app. Also do a practice exam to get used to the time pressure.
Do I need to be able to type for the writing section?
Yes, the exam is on the computer, so you need to be able to type. Practice typing on a Dutch keyboard at home. You don't need to type fast, but you do need to be able to type your answers within the time.
More guides and exam tips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Registering for the Civic Integration Exam with DUO: How to Do It
- Civic Integration Exam A2 Complete Guide 2025
- State Exam NT2 Program I: Everything You Need to Know
- Inburgering Listening Practice A2: How to Tackle It
- NT2 Practice Exams: How to Pass Your Civic Integration Exam
- Practice NT2 Listening: How to Tackle It (A2-B1)