Inburgering spreken oefenen: zo pak je het aan
Je zoekt naar 'inburgering spreken oefenen' en waarschijnlijk denk je: hoe haal ik dat examen? Het antwoord is simpel: door veel te praten, maar wel op de goede manier. Je hoeft geen perfect Nederlands te spreken, je moet laten zien dat je gesprekken kunt voeren over dagelijkse dingen. Denk aan de huisarts, de Albert Heijn, de gemeente of het werk van je kind.
In Nederland is spreken vaak het spannendste onderdeel van het inburgeringsexamen. Je zit tegenover een computer of een examinator en je moet reageren op vragen of situaties. Dat is anders dan thuis oefenen met een app. Maar met de juiste voorbereiding kun je die spanning flink verminderen. Het gaat erom dat je vertrouwen krijgt in je eigen stem en dat je weet wat je kunt zeggen in veelvoorkomende situaties.
In deze gids leer je niet alleen wat je moet oefenen, maar ook hoe je dat doet. Je krijgt voorbeeldzinnen die je direct kunt gebruiken, een stappenplan voor de komende weken en antwoorden op veelgestelde vragen. Je hoeft geen uren per dag te studeren, maar wel slim. En onthoud: oefenen met spreken is net als sporten, je wordt beter door het te doen, niet door er alleen over te lezen.
Wat betekent 'inburgering spreken oefenen' precies?
Als je 'inburgering spreken oefenen' googelt, wil je waarschijnlijk weten hoe je het onderdeel spreekvaardigheid van het inburgeringsexamen haalt. Dat onderdeel test of je op niveau A2 of B1 gesprekken kunt voeren in het Nederlands. Je moet bijvoorbeeld iets vertellen over jezelf, een afspraak maken, of reageren op een vraag van een docent of collega. Het is niet de bedoeling dat je perfecte zinnen maakt, maar dat je duidelijk maakt wat je bedoelt.
Veel mensen denken dat ze eerst alle grammatica moeten beheersen voordat ze durven te praten. Maar dat is niet waar. Je kunt al veel zeggen met eenvoudige zinnen en gebaren. Het belangrijkste is dat je durft te praten en dat je oefent met situaties die je in het echt tegenkomt. Bij het examen krijg je bijvoorbeeld een foto te zien en moet je vertellen wat je ziet. Of je hoort een vraag en moet daarop antwoorden. Die situaties kun je thuis oefenen.
Het goede nieuws is dat je niet alles alleen hoeft te doen. Je kunt oefenen met een vriend, je partner, of zelfs met jezelf in de spiegel. Er zijn ook veel online oefeningen en apps die speciaal zijn gemaakt voor het inburgeringsexamen. Maar het allerbelangrijkste is dat je regelmatig oefent, elke dag een beetje. Zo bouw je routine op en wordt praten steeds normaler.
Zo oefen je spreekvaardigheid voor het inburgeringsexamen
Er zijn drie manieren om spreekvaardigheid te oefenen: alleen, met iemand anders, en met behulp van technologie. Alleen oefenen is handig omdat je in je eigen tempo kunt werken en niet bang hoeft te zijn voor fouten. Je kunt bijvoorbeeld hardop lezen, jezelf opnemen met je telefoon en terugluisteren. Dat klinkt misschien raar, maar het helpt echt om je uitspraak te verbeteren en te horen waar je struikelt.
Met iemand anders oefenen is natuurlijk het meest realistisch. Zoek iemand die geduldig is en die je feedback wil geven. Dat kan een Nederlander zijn, maar ook een medestudent die ook Nederlands leert. Spreek af om elke week een half uur alleen Nederlands te praten. Kies een onderwerp, bijvoorbeeld wat je in het weekend hebt gedaan, en praat daarover. Het maakt niet uit of het perfect is, als je maar blijft praten.
Technologie kan je ook helpen. Er zijn apps waarmee je zinnen kunt oefenen en die je uitspraak controleren. Je kunt ook luisteren naar Nederlandse podcasts of radio terwijl je onderweg bent. Zelfs kijken naar Nederlandse tv met ondertiteling helpt, omdat je hoort hoe woorden worden uitgesproken en welke zinnen mensen gebruiken. Combineer deze drie manieren en je zult snel vooruitgang merken.
- Zeg elke ochtend drie zinnen hardop over wat je gaat doen. Bijvoorbeeld: 'Vandaag ga ik boodschappen doen bij de Albert Heijn.'
- Neem jezelf op terwijl je een verhaal vertelt over je familie of je werk. Luister daarna terug en noteer woorden die je niet goed uitspreekt.
- Oefen met een vriend of familielid: stel elkaar vragen zoals 'Wat heb je gisteren gegeten?' en antwoord in hele zinnen.
- Kijk een aflevering van een Nederlandse serie en herhaal de zinnen die je hoort, hardop.
- Gebruik een spraakopdracht op je telefoon: vraag iets in het Nederlands, zoals 'Hoe laat is het?' en kijk of de telefoon je begrijpt.
- Doe elke dag één oefening uit een oefenboek of online, en spreek je antwoord hardop uit.
Wat kun je verwachten bij het onderdeel spreken?
Het spreekonderdeel van het inburgeringsexamen duurt meestal niet lang, maar het is wel intensief. Je krijgt verschillende soorten opdrachten. Soms moet je een vraag beantwoorden, soms moet je een beschrijving geven van een foto, en soms moet je een gesprek voeren alsof je tegen een ander persoon praat. Het is belangrijk om te weten dat je niet wordt afgerekend op perfecte grammatica, maar op of je begrepen wordt.
De onderwerpen zijn altijd alledaags. Denk aan: jezelf voorstellen, praten over je werk of hobby's, een afspraak maken bij de dokter, of vertellen hoe je ergens komt. Je hoeft geen moeilijke woorden te kennen, maar je moet wel duidelijk kunnen zeggen wat je bedoelt. Bij sommige opdrachten krijg je een foto en moet je vertellen wat je ziet. Bij andere opdrachten hoor je een vraag en moet je antwoorden alsof je tegen de examinator praat.
Een veelgemaakte fout is dat mensen te snel antwoorden en niet nadenken over hun zin. Neem rustig de tijd, ook al is er een tijdslimiet. Je mag best even nadenken voordat je begint. En als je een fout maakt, ga dan verder. Het is beter om door te praten dan om stil te vallen. Onthoud dat de examinator wil zien dat je kunt communiceren, niet dat je perfect Nederlands spreekt.
Praktische voorbeeldzinnen voor het examen
Hieronder vind je zinnen die je direct kunt gebruiken tijdens het spreekonderdeel. Ze zijn kort en duidelijk, en ze werken in veel situaties. Oefen ze hardop totdat ze vanzelf uit je mond komen. Je kunt ze ook aanpassen aan je eigen situatie, bijvoorbeeld door je eigen naam of woonplaats in te vullen.
Deze zinnen zijn niet alleen handig voor het examen, maar ook voor het echte leven. Als je ze kent, voel je je zekerder bij de dokter, op het werk of in de winkel. Schrijf ze op een kaartje en neem ze overal mee naartoe. Oefen ze in de bus, in de rij bij de kassa, of terwijl je wacht op je kind bij school.
- Mijn naam is [naam] en ik kom uit [land].
- Ik woon in [stad] en ik heb twee kinderen.
- Ik werk als [beroep] en ik werk drie dagen per week.
- Ik wil graag een afspraak maken, want ik ben verkouden.
- Kunt u dat herhalen? Ik heb het niet goed verstaan.
- Ik heb gisteren boodschappen gedaan bij de Albert Heijn.
- Ik vind het leuk om te wandelen en te koken.
- Kunt u mij vertellen hoe ik naar het station kan lopen?
Stappenplan: zo oefen je deze week
Je hoeft niet maanden te wachten om te beginnen. Met dit stappenplan kun je deze week al concreet aan de slag. Het is belangrijk om elke dag iets te doen, ook al is het maar tien minuten. Zo blijf je in de routine en zie je snel vooruitgang.
Plan elke dag een vast moment om te oefenen, bijvoorbeeld 's ochtends voor het werk of 's avonds na het eten. Zet een wekker en zorg dat je niet wordt gestoord. Het is beter om elke dag kort te oefenen dan één keer per week lang. Je hersenen leren sneller als je vaak herhaalt.
- Maandag: Kies vijf zinnen uit de lijst hierboven en spreek ze tien keer hardop uit.
- Dinsdag: Neem jezelf op terwijl je de vijf zinnen zegt. Luister terug en verbeter je uitspraak.
- Woensdag: Oefen met een vriend of familielid. Stel elkaar de vragen uit de lijst en beantwoord ze.
- Donderdag: Kijk een korte video in het Nederlands en herhaal de zinnen die je hoort.
- Vrijdag: Beschrijf een foto uit een tijdschrift of op je telefoon in drie zinnen.
- Zaterdag: Doe een volledige oefening uit een oefenboek of online, en spreek je antwoorden hardop uit.
- Zondag: Neem een rustdag, maar luister wel naar een Nederlandse podcast of liedje.
Veelgemaakte fouten (en wat wél werkt)
Iedereen maakt fouten bij het leren spreken, maar sommige fouten komen vaker voor dan andere. Als je weet welke fouten dat zijn, kun je ze voorkomen. Hieronder vind je een aantal veelgemaakte fouten en hoe je het beter kunt doen.
Een van de grootste fouten is dat mensen te snel willen praten. Ze denken dat ze snel moeten antwoorden, maar daardoor maken ze meer fouten en worden ze onduidelijk. Neem de tijd om je zin te vormen voordat je begint te praten. Het is ook een fout om alleen te oefenen door te lezen of te schrijven. Spreken is een andere vaardigheid en moet je apart oefenen.
Nog een veelvoorkomende fout is dat mensen bang zijn om fouten te maken en daarom stil blijven. Maar fouten maken is juist goed, want daarvan leer je. De examinator verwacht niet dat je perfect Nederlands spreekt. Het belangrijkste is dat je blijft praten en dat je duidelijk bent.
- Fout: Te snel antwoorden zonder na te denken. Fix: Tel in je hoofd tot drie voordat je begint.
- Fout: Alleen lezen en schrijven, niet praten. Fix: Spreek elke dag minstens tien zinnen hardop uit.
- Fout: Stil blijven als je een fout maakt. Fix: Zeg 'sorry' of 'even denken' en ga verder.
- Fout: Moeilijke woorden proberen te gebruiken. Fix: Gebruik eenvoudige woorden die je zeker weet.
- Fout: Alleen oefenen met de computer, niet met mensen. Fix: Zoek een taalmaatje of praat met je buren.
Mini checklist voor de dag van het examen
De dag van het examen is spannend, maar als je goed voorbereid bent, kun je rustig blijven. Deze checklist helpt je om niets te vergeten en om je zelfverzekerd te voelen. Print hem uit of schrijf hem op en neem hem mee.
Zorg dat je op tijd vertrekt en dat je weet waar het examen is. Neem je identiteitsbewijs en je uitnodiging mee. En vergeet niet om goed te slapen de nacht ervoor en iets te eten voor het examen. Je hersenen hebben energie nodig om goed te werken.
- Ik heb mijn identiteitsbewijs en uitnodiging op zak.
- Ik weet hoe ik bij het examencentrum kom en ik heb genoeg reistijd ingepland.
- Ik heb van tevoren een paar keer geoefend met praten, ook hardop.
- Ik heb de voorbeeldzinnen uit deze gids geoefend.
- Ik heb een flesje water mee voor tijdens het wachten.
- Ik heb vertrouwen in mezelf en weet dat ik mijn best ga doen.
Zo oefen je dit met Dutch Fluency (en erbij)
Dutch Fluency heeft een speciale oefenmodule voor spreekvaardigheid. Daarin krijg je opdrachten die lijken op het echte examen. Je kunt bijvoorbeeld een foto beschrijven of een vraag beantwoorden, en dan krijg je feedback op je antwoord. Dat is ideaal om te wennen aan de examensituatie, zonder dat je meteen voor een echte examinator zit.
Je kunt de oefeningen in de app combineren met de tips uit deze gids. Doe bijvoorbeeld elke dag een spreekoefening in de app en oefen daarna dezelfde situatie met een vriend. Zo train je zowel je zelfvertrouwen als je vaardigheid. De app is er voor alle niveaus, van A2 tot B2, dus je kunt altijd oefenen op jouw niveau.
Oefen nu je spreekvaardigheid →Direct oefenen
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het spreekonderdeel van het inburgeringsexamen?
Het spreekonderdeel duurt meestal tussen de 15 en 30 minuten, afhankelijk van het niveau. Je krijgt verschillende opdrachten, zoals het beantwoorden van vragen en het beschrijven van foto's. Controleer de exacte duur bij DUO of Mijn Inburgering, want die kan veranderen.
Kan ik inburgering spreken oefenen zonder partner?
Ja, dat kan zeker. Je kunt alleen oefenen door hardop te lezen, jezelf op te nemen en terug te luisteren, en door te praten tegen een denkbeeldige gesprekspartner. Ook kun je gebruikmaken van apps zoals Dutch Fluency, die oefeningen aanbieden die je alleen kunt doen.
Wat als ik een fout maak tijdens het spreekexamen?
Fouten maken is normaal en de examinator verwacht dat niet alles perfect is. Als je een fout maakt, ga dan gewoon verder. Je kunt ook even pauzeren en zeggen: 'Even denken'. Het belangrijkste is dat je duidelijk blijft communiceren.
Hoeveel woorden moet ik kennen voor het spreekonderdeel?
Je hoeft geen duizend woorden te kennen. Voor niveau A2 heb je ongeveer 1000 tot 1500 woorden nodig, maar het gaat meer om het gebruik van eenvoudige zinnen. Oefen met woorden die je in het dagelijks leven tegenkomt, zoals boodschappen, familie en werk.
Is het beter om alleen of met een docent te oefenen?
Beide is goed. Alleen oefenen is goed om te wennen aan je eigen stem en om te herhalen. Met een docent of taalmaatje krijg je feedback en kun je echte gesprekken voeren. Combineer beide manieren voor het beste resultaat.
Hoe weet ik of ik klaar ben voor het spreekexamen?
Je bent klaar als je zelfverzekerd kunt praten over dagelijkse onderwerpen en als je jezelf verstaanbaar kunt maken. Doe een paar oefenexamens en kijk of je de opdrachten kunt uitvoeren zonder te veel te struikelen. Als je merkt dat je steeds minder fouten maakt, ben je op de goede weg.
Andere gidsen en examentips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Inburgeringsexamen aanmelden DUO: zo doe je dat
- Inburgeringsexamen A2 complete gids 2025
- Staatsexamen NT2 programma I: alles wat je moet weten
- Inburgering luisteren oefenen A2: zo pak je het aan
- Oefenexamens NT2: zo haal je jouw inburgeringsexamen
- NT2 Luisteren Oefenen: Zo Pak Je Het Aan (A2-B1)
Lees ook alle artikelen over inburgering, NT2 en de Nederlandse cultuur →
Practicing Speaking for Civic Integration: How to Do It
You are looking for 'inburgering spreken oefenen' and probably thinking: how do I pass that exam? The answer is simple: by talking a lot, but in the right way. You don't need to speak perfect Dutch; you need to show that you can have conversations about everyday things. Think of the doctor's office, the grocery store, the municipality, or your child's school.
In the Netherlands, speaking is often the most nerve-wracking part of the civic integration exam. You sit in front of a computer or an examiner and you have to respond to questions or situations. That's different from practicing at home with an app. But with the right preparation, you can significantly reduce that nervousness. It's about gaining confidence in your own voice and knowing what you can say in common situations.
In this guide, you'll learn not only what to practice, but also how to do it. You'll get example sentences you can use right away, a step-by-step plan for the coming weeks, and answers to frequently asked questions. You don't need to study for hours a day, but you do need to study smart. And remember: practicing speaking is like exercising; you get better by doing it, not just by reading about it.
What exactly does 'inburgering spreken oefenen' mean?
When you google 'inburgering spreken oefenen', you probably want to know how to pass the speaking part of the civic integration exam. That part tests whether you can have conversations in Dutch at level A2 or B1. For example, you need to tell something about yourself, make an appointment, or respond to a question from a teacher or colleague. It's not about making perfect sentences, but about making yourself understood.
Many people think they need to master all the grammar before they dare to speak. But that's not true. You can already say a lot with simple sentences and gestures. The most important thing is that you dare to speak and that you practice with situations you encounter in real life. For example, during the exam you might be shown a photo and you have to say what you see. Or you hear a question and you have to answer it. You can practice those situations at home.
The good news is that you don't have to do it all alone. You can practice with a friend, your partner, or even with yourself in the mirror. There are also many online exercises and apps specifically made for the civic integration exam. But the most important thing is that you practice regularly, a little bit every day. That way you build a routine and speaking becomes more and more natural.
How to practice speaking for the civic integration exam
There are three ways to practice speaking: alone, with someone else, and with the help of technology. Practicing alone is handy because you can work at your own pace and you don't have to be afraid of making mistakes. For example, you can read aloud, record yourself with your phone, and listen back. That might sound strange, but it really helps to improve your pronunciation and to hear where you stumble.
Practicing with someone else is of course the most realistic. Find someone who is patient and who wants to give you feedback. That could be a Dutch person, but also a fellow student who is also learning Dutch. Agree to speak only Dutch for half an hour every week. Choose a topic, for example what you did on the weekend, and talk about it. It doesn't matter if it's perfect, as long as you keep talking.
Technology can also help you. There are apps where you can practice sentences and that check your pronunciation. You can also listen to Dutch podcasts or radio while you're on the go. Even watching Dutch TV with subtitles helps, because you hear how words are pronounced and which sentences people use. Combine these three ways and you'll notice progress quickly.
- Say three sentences out loud every morning about what you're going to do. For example: 'Today I'm going grocery shopping at the supermarket.'
- Record yourself telling a story about your family or your work. Listen back and note down words you don't pronounce well.
- Practice with a friend or family member: ask each other questions like 'What did you eat yesterday?' and answer in full sentences.
- Watch an episode of a Dutch series and repeat the sentences you hear, out loud.
- Use a voice command on your phone: ask something in Dutch, like 'What time is it?' and see if the phone understands you.
- Do one exercise from a practice book or online every day, and say your answer out loud.
What can you expect during the speaking part?
The speaking part of the civic integration exam usually doesn't last long, but it is intense. You get different types of assignments. Sometimes you have to answer a question, sometimes you have to describe a photo, and sometimes you have to have a conversation as if you're talking to another person. It's important to know that you're not judged on perfect grammar, but on whether you are understood.
The topics are always everyday ones. Think of: introducing yourself, talking about your work or hobbies, making an appointment at the doctor's, or telling how to get somewhere. You don't need to know difficult words, but you do need to be able to say clearly what you mean. In some assignments, you get a photo and you have to say what you see. In others, you hear a question and you have to answer as if you're talking to the examiner.
A common mistake is that people answer too quickly and don't think about their sentence. Take your time, even if there's a time limit. You're allowed to think for a moment before you start. And if you make a mistake, just continue. It's better to keep talking than to fall silent. Remember that the examiner wants to see that you can communicate, not that you speak perfect Dutch.
Practical example sentences for the exam
Below you'll find sentences you can use directly during the speaking part. They are short and clear, and they work in many situations. Practice them out loud until they come naturally. You can also adapt them to your own situation, for example by filling in your own name or place of residence.
These sentences are not only handy for the exam, but also for real life. If you know them, you'll feel more confident at the doctor's, at work, or in the store. Write them on a card and take them with you everywhere. Practice them on the bus, in line at the checkout, or while waiting for your child at school.
- My name is [name] and I come from [country].
- I live in [city] and I have two children.
- I work as [profession] and I work three days a week.
- I would like to make an appointment because I have a cold.
- Could you repeat that? I didn't hear it well.
- Yesterday I went grocery shopping at the supermarket.
- I enjoy walking and cooking.
- Could you tell me how to walk to the station?
Step-by-step plan: how to practice this week
You don't have to wait months to start. With this step-by-step plan, you can get started concretely this week. It's important to do something every day, even if it's just ten minutes. That way you stay in the routine and you'll see progress quickly.
Plan a fixed time to practice every day, for example in the morning before work or in the evening after dinner. Set an alarm and make sure you're not disturbed. It's better to practice briefly every day than once a week for a long time. Your brain learns faster when you repeat often.
- Monday: Choose five sentences from the list above and say them out loud ten times.
- Tuesday: Record yourself saying the five sentences. Listen back and improve your pronunciation.
- Wednesday: Practice with a friend or family member. Ask each other the questions from the list and answer them.
- Thursday: Watch a short video in Dutch and repeat the sentences you hear.
- Friday: Describe a photo from a magazine or on your phone in three sentences.
- Saturday: Do a full exercise from a practice book or online, and say your answers out loud.
- Sunday: Take a rest day, but do listen to a Dutch podcast or song.
Common mistakes (and what does work)
Everyone makes mistakes when learning to speak, but some mistakes are more common than others. If you know what those mistakes are, you can avoid them. Below you'll find a number of common mistakes and how to do it better.
One of the biggest mistakes is that people want to speak too quickly. They think they have to answer fast, but that leads to more mistakes and unclear speech. Take the time to form your sentence before you start speaking. It's also a mistake to only practice by reading or writing. Speaking is a different skill and needs to be practiced separately.
Another common mistake is that people are afraid of making mistakes and therefore stay silent. But making mistakes is good, because that's how you learn. The examiner doesn't expect you to speak perfect Dutch. The most important thing is that you keep talking and that you are clear.
- Mistake: Answering too quickly without thinking. Fix: Count to three in your head before you start.
- Mistake: Only reading and writing, not speaking. Fix: Say at least ten sentences out loud every day.
- Mistake: Staying silent when you make a mistake. Fix: Say 'sorry' or 'let me think' and continue.
- Mistake: Trying to use difficult words. Fix: Use simple words that you are sure of.
- Mistake: Only practicing with the computer, not with people. Fix: Find a language buddy or talk to your neighbors.
Mini checklist for the day of the exam
The day of the exam is exciting, but if you are well prepared, you can stay calm. This checklist helps you not to forget anything and to feel confident. Print it out or write it down and take it with you.
Make sure you leave on time and that you know where the exam is. Bring your ID and your invitation. And don't forget to sleep well the night before and to eat something before the exam. Your brain needs energy to work well.
- I have my ID and invitation with me.
- I know how to get to the exam center and I have planned enough travel time.
- I have practiced speaking a few times beforehand, also out loud.
- I have practiced the example sentences from this guide.
- I have a bottle of water with me for while I wait.
- I have confidence in myself and know that I will do my best.
How to practice this with Dutch Fluency (and alongside it)
Dutch Fluency has a special practice module for speaking skills. In it, you get assignments that resemble the real exam. For example, you can describe a photo or answer a question, and then you get feedback on your answer. That's ideal for getting used to the exam situation, without having to sit in front of a real examiner right away.
You can combine the exercises in the app with the tips from this guide. For example, do a speaking exercise in the app every day and then practice the same situation with a friend. That way you train both your confidence and your skill. The app is available for all levels, from A2 to B2, so you can always practice at your level.
Oefen nu je spreekvaardigheid →Practice now
Frequently asked questions
How long does the speaking part of the civic integration exam take?
The speaking part usually takes between 15 and 30 minutes, depending on the level. You get different assignments, such as answering questions and describing photos. Check the exact duration with DUO or Mijn Inburgering, as it can change.
Can I practice speaking for civic integration without a partner?
Yes, you certainly can. You can practice alone by reading aloud, recording yourself and listening back, and by talking to an imaginary conversation partner. You can also use apps like Dutch Fluency, which offer exercises you can do alone.
What if I make a mistake during the speaking exam?
Making mistakes is normal and the examiner doesn't expect everything to be perfect. If you make a mistake, just continue. You can also pause and say: 'Let me think'. The most important thing is that you keep communicating clearly.
How many words do I need to know for the speaking part?
You don't need to know a thousand words. For level A2, you need about 1000 to 1500 words, but it's more about using simple sentences. Practice with words you encounter in daily life, such as groceries, family, and work.
Is it better to practice alone or with a teacher?
Both are good. Practicing alone is good for getting used to your own voice and for repetition. With a teacher or language buddy, you get feedback and can have real conversations. Combine both ways for the best result.
How do I know if I'm ready for the speaking exam?
You're ready when you can confidently talk about everyday topics and make yourself understood. Do a few practice exams and see if you can complete the assignments without stumbling too much. If you notice that you make fewer and fewer mistakes, you're on the right track.
More guides and exam tips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Registering for the Civic Integration Exam with DUO: How to Do It
- Civic Integration Exam A2 Complete Guide 2025
- State Exam NT2 Program I: Everything You Need to Know
- Inburgering Listening Practice A2: How to Tackle It
- NT2 Practice Exams: How to Pass Your Civic Integration Exam
- Practice NT2 Listening: How to Tackle It (A2-B1)