Inburgeringsexamen oefenen: lezen, luisteren, spreken, schrijven en KNM
Je wilt het inburgeringsexamen halen, maar je weet niet waar je moet beginnen. Je zoekt naar oefenmateriaal voor lezen, luisteren, spreken, schrijven en KNM, en je wilt weten hoe het examen eruitziet. In deze gids leg ik je stap voor stap uit hoe je je voorbereidt, welke onderdelen je kunt verwachten en hoe je met gerichte oefening je slagingskans vergroot. Geen vaag advies, maar concrete voorbeeldzinnen en een plan dat je vandaag nog kunt gebruiken.
Het inburgeringsexamen is verplicht als je buiten de EU komt en in Nederland wilt blijven. Je moet het binnen drie jaar halen, anders krijg je een boete of problemen met je verblijfsvergunning. Dat klinkt spannend, maar het is goed te doen als je weet wat je moet doen. De gemeente helpt je soms met een cursus, maar veel mensen oefenen zelf thuis. Met de juiste aanpak en voldoende oefening kun je het examen halen, ook als je werkt of voor kinderen zorgt.
In deze gids lees je hoe je elk onderdeel aanpakt: lezen, luisteren, spreken, schrijven en KNM. Ik geef je voorbeeldzinnen die je direct kunt gebruiken, een stappenplan voor deze week en veelvoorkomende fouten die je kunt vermijden. Je hoeft niet alles in één keer te doen. Begin klein, oefen elke dag een beetje, en je zult merken dat je steeds beter wordt. Je kunt dit!
Let op: de exacte details van het examen, zoals het aantal vragen of de duur, kunnen veranderen. Controleer daarom altijd de laatste informatie op de website van DUO of via Mijn Inburgering. In deze gids gebruik ik de meest recente informatie die ik ken, maar check het zelf voor de zekerheid.
Wat is het inburgeringsexamen en hoe ziet het eruit?
Het inburgeringsexamen bestaat uit drie onderdelen: lezen, luisteren en spreken. Daarnaast zijn er twee andere onderdelen: schrijven en KNM (Kennis van de Nederlandse Maatschappij). Lezen en luisteren doe je op de computer bij een examenlocatie van DUO. Spreken en schrijven zijn ook computerexamens, maar je spreekt of typt je antwoorden in. KNM is een computerexamen met vragen over het leven in Nederland, zoals werk, gezondheid en verkeer.
Je hoeft niet alle onderdelen tegelijk te doen. Je kunt ze apart plannen, bijvoorbeeld eerst lezen, dan luisteren. Dat is handig als je weinig tijd hebt of als je merkt dat je meer oefening nodig hebt bij een bepaald onderdeel. Je mag het examen zo vaak doen als je wilt, maar elke poging kost geld. Het is dus slim om goed voorbereid te gaan.
De onderdelen zijn op niveau A2. Dat betekent dat je eenvoudige zinnen en gesprekken moet kunnen begrijpen en zelf gebruiken. Je hoeft geen perfect Nederlands te spreken, maar je moet je wel kunnen redden in dagelijkse situaties. Denk aan boodschappen doen, naar de dokter gaan of een gesprek met de juf van je kind. Het examen toetst of je dat kunt.
Oefenen voor het onderdeel lezen
Bij het onderdeel lezen krijg je teksten zoals een brief van de gemeente, een e-mail van je werk of een berichtje van de huisarts. Je moet begrijpen wat de tekst zegt en vragen beantwoorden. De teksten zijn kort en eenvoudig, maar je moet wel goed opletten op details. Oefen door veel te lezen in het Nederlands: lees de krant, bekijk folders van de supermarkt of lees berichten op sociale media.
Een goede oefening is om elke dag één tekst te lezen en jezelf drie vragen te stellen: Wat is het onderwerp? Wat wil de schrijver? Wat moet ik doen? Als je dit bij elke tekst doet, train je je hersenen om de belangrijkste informatie te vinden. Let ook op woorden die vaak voorkomen, zoals 'u', 'wij', 'gratis', 'aanbieding' en 'belangrijk'.
Gebruik de oefenexamens van DUO om te wennen aan de vragen. Je kunt ook online oefenen bij Dutch Fluency, waar je oefenteksten vindt op A2-niveau. Begin met korte teksten en bouw langzaam op. Lees niet elk woord, maar probeer de hoofdzin te vinden. Dat scheelt tijd en helpt je om de vraag sneller te beantwoorden.
- Ik lees de brief van de gemeente over mijn afspraak.
- In de folder staat dat de winkel vandaag om 18.00 uur sluit.
- De dokter schrijft: 'U moet twee keer per dag dit medicijn nemen.'
- Op het bord bij de bushalte staat: 'De bus rijdt niet op zondag.'
- Mijn collega stuurt een e-mail: 'Kun je morgen om 9 uur komen?'
- Lees de vraag eerst, zoek dan het antwoord in de tekst.
Oefenen voor het onderdeel luisteren
Bij luisteren krijg je gesprekken en mededelingen te horen, zoals een bericht op de voicemail van de huisarts of een gesprek tussen twee collega's. Je moet begrijpen wat er gezegd wordt en vragen beantwoorden. Het lastige is dat je niet terug kunt luisteren, dus je moet goed concentreren. Oefen door naar Nederlandse radio of tv te luisteren, bijvoorbeeld het Jeugdjournaal of een eenvoudige podcast.
Een handige truc is om te luisteren naar de toon en de woorden die je herkent. Je hoeft niet elk woord te verstaan, maar wel de hoofdboodschap. Vraag jezelf: Waar gaat het over? Wat moet de persoon doen? Oefen met korte fragmenten van één minuut en probeer daarna samen te vatten in je eigen woorden. Dat kun je doen terwijl je kookt of onderweg bent.
Bij het examen krijg je een koptelefoon en kun je het volume zelf instellen. Maak gebruik van de tijd tussen de vragen om je antwoorden te controleren. Als je een vraag niet weet, raad dan het meest logische antwoord. Laat je niet blokkeren door één onbegrepen woord, maar ga door met de volgende vraag.
- Luister naar het nieuws op NPO 1 en vertel aan iemand wat je hebt gehoord.
- Kijk naar het Jeugdjournaal: zij praten duidelijk en langzaam.
- Oefen met luisterfragmenten op Dutch Fluency en beantwoord de vragen.
- Vraag je buurman of collega om een kort gesprek in het Nederlands te voeren.
- Zet de ondertiteling aan bij een Nederlandse film en zet hem daarna uit.
- Neem jezelf op terwijl je een gesprek naspreekt, en luister terug.
Oefenen voor het onderdeel spreken
Bij spreken moet je in het Nederlands antwoorden op vragen. Je ziet een plaatje of hoort een vraag, en dan spreek je je antwoord in. De vragen gaan over dagelijkse situaties, zoals 'Wat doe je in het weekend?' of 'Kun je iets vertellen over je familie?'. Je hoeft geen lange verhalen te vertellen, maar je moet wel duidelijke zinnen maken.
Veel mensen vinden spreken het moeilijkst, omdat ze bang zijn om fouten te maken. Maar het examen is niet streng voor perfecte grammatica. Het gaat erom dat je begrijpelijk bent. Oefen door hardop te praten, ook als je alleen bent. Vertel wat je ziet, wat je doet of wat je van plan bent. Dat klinkt misschien gek, maar het helpt echt.
Maak gebruik van de voorbeeldzinnen die ik hieronder geef. Spreek ze na en pas ze aan aan je eigen situatie. Oefen met een timer: geef jezelf 30 seconden om te antwoorden. Zo raak je gewend aan de druk van het examen. Als je een fout maakt, corrigeer jezelf en ga je verder. Dat is prima.
- Ik woon in Nederland sinds twee jaar.
- In het weekend ga ik graag wandelen met mijn kinderen.
- Mijn hobby is koken, ik maak graag Indonesisch eten.
- Ik werk als schoonmaker bij een ziekenhuis.
- Ik wil later een eigen winkel beginnen.
- Kunt u dat herhalen, alstublieft?
- Ik begrijp het niet, kunt u langzamer praten?
Oefenen voor het onderdeel schrijven
Bij schrijven moet je een kort berichtje of een formulier invullen. Je krijgt bijvoorbeeld een situatie en je moet een e-mail schrijven of een kaartje. Je hoeft geen lange teksten te schrijven, maar je moet wel de juiste woorden gebruiken. Oefen door elke dag iets te schrijven: een boodschappenlijstje, een berichtje aan een vriend of een e-mail aan je huisbaas.
Let op de basis: begin met 'Beste ...' en eindig met 'Met vriendelijke groet'. Gebruik korte zinnen en controleer je spelling. Het maakt niet uit of je niet perfect schrijft, maar het moet wel leesbaar zijn. Oefen met het invullen van formulieren, bijvoorbeeld op de website van de gemeente of bij een sollicitatie.
Een goede oefening is om een dagboek in het Nederlands te schrijven. Schrijf elke dag drie zinnen over wat je hebt gedaan. Dat is niet veel, maar het helpt je om automatisch te schrijven. Vraag iemand om je teksten te controleren, of gebruik een online tool zoals Grammarly voor Nederlands. Maar het belangrijkste is dat je schrijft, ook al maak je fouten.
- Beste meneer Jansen, ik ben verhinderd voor de afspraak van morgen.
- Kunt u mij een nieuwe afspraak geven?
- Ik wil graag een afspraak maken voor mijn inburgeringsexamen.
- Ik heb een vraag over mijn huurcontract.
- Met vriendelijke groet, Fatima
- Ik ben op zoek naar een baan in de zorg.
Oefenen voor KNM (Kennis van de Nederlandse Maatschappij)
KNM gaat over hoe het leven in Nederland werkt. Je leert over de overheid, het onderwijs, de gezondheidszorg, het verkeer, en de normen en waarden. De vragen zijn praktisch, zoals 'Wat doe je als je iemand op straat ziet vallen?' of 'Wie betaalt de zorgverzekering?'. Je hoeft geen feiten uit je hoofd te leren, maar je moet wel weten hoe je je in het dagelijks leven gedraagt.
Oefen door naar de Nederlandse samenleving te kijken. Ga naar de markt, praat met je buren en kijk naar programma's zoals 'Een Huis Vol' of het nieuws. Let op hoe mensen met elkaar omgaan: ze zijn direct, plannen afspraken en staan op tijd. Dat zijn dingen die je in het examen tegenkomt.
Er zijn veel oefenvragen online, ook bij Dutch Fluency. Maak een paar keer per week een oefentest en lees de uitleg bij de antwoorden. Zo leer je niet alleen de antwoorden, maar ook waarom iets zo is. Vraag ook aan Nederlanders hoe zij iets doen, bijvoorbeeld bij de gemeente of op je werk. Zij kunnen je echte voorbeelden geven.
- In Nederland moet je een zorgverzekering afsluiten.
- Als je een ongeluk ziet, bel je 112.
- Op de fiets moet je licht voeren als het donker is.
- Je moet je afval scheiden: plastic, papier en restafval.
- Een afspraak bij de gemeente maak je online of telefonisch.
- In Nederland is het normaal om op tijd te komen.
Praktische voorbeeldzinnen voor elke situatie
Hieronder vind je zinnen die je in het dagelijks leven en tijdens het examen kunt gebruiken. Spreek ze hardop uit, schrijf ze op en pas ze aan aan jouw situatie. Hoe meer je deze zinnen oefent, hoe makkelijker ze je tijdens het examen te binnen schieten. Gebruik ze ook echt in de supermarkt of bij de huisarts, dan worden ze vanzelf gewoon.
- Goedemorgen, ik heb een afspraak met de dokter.
- Ik wil graag een brood en een pak melk, alstublieft.
- Hoeveel kost dit?
- Ik zoek de weg naar het station.
- Kunt u mij helpen met dit formulier?
- Ik heb gisteren een brief van de gemeente gekregen.
- Mijn kind is ziek, ik kan vandaag niet naar werk komen.
- Ik wil graag mijn adres wijzigen.
Stappenplan: wat je deze week doet
Je hoeft niet maanden te wachten om te beginnen. Met dit stappenplan kun je vandaag nog starten. Plan elke dag een half uur in, bijvoorbeeld 's ochtends vroeg of 's avonds na het eten. Zet een wekker en zorg dat je niet wordt gestoord. Kies één onderdeel per dag, dan blijft het overzichtelijk.
Maak gebruik van de gratis oefenmaterialen van DUO en van de oefeningen op Dutch Fluency. Schrijf op wat je moeilijk vindt en vraag hulp aan iemand in je omgeving. Een taalmaatje of een buurman kan je helpen met spreken en schrijven. Wees niet bang om fouten te maken, dat hoort bij het leren.
- Maandag: doe een oefentest voor lezen op DUO en noteer je score.
- Dinsdag: luister naar een fragment van 2 minuten en vat samen.
- Woensdag: oefen 10 spreekzinnen hardop, neem jezelf op.
- Donderdag: schrijf een e-mail van 5 zinnen aan een vriend.
- Vrijdag: maak 10 KNM-oefenvragen en lees de uitleg.
- Zaterdag: herhaal alles wat je moeilijk vond.
- Zondag: rust, maar lees wel iets in het Nederlands, zoals een folder.
Veelgemaakte fouten (en wat wél werkt)
Veel mensen maken dezelfde fouten bij de voorbereiding. Een veelgemaakte fout is dat ze alleen oefenen met leuke onderdelen, zoals lezen, en moeilijke onderdelen zoals spreken overslaan. Maar alle onderdelen tellen even zwaar. Een andere fout is dat ze te veel focussen op grammatica en daardoor niet durven te spreken. Onthoud dat begrijpelijk zijn belangrijker is dan perfect zijn.
Sommige mensen wachten te lang met het plannen van het examen, waardoor ze in tijdnood komen. Plan je examendatum meteen, dan heb je een doel. Ook is het een fout om alleen thuis te oefenen zonder feedback. Vraag iemand om naar je te luisteren of je schrijfwerk te controleren. Zo leer je sneller en voorkom je dat je fouten herhaalt.
- Fout: alleen oefenen met lezen. Fix: plan elke dag een ander onderdeel.
- Fout: bang zijn om fouten te maken. Fix: praat hardop, ook als het fout gaat.
- Fout: geen examendatum plannen. Fix: plan je examen nu, dan heb je een deadline.
- Fout: te veel grammatica studeren. Fix: oefen met echte situaties, zoals boodschappen doen.
- Fout: geen hulp vragen. Fix: vraag een vriend of buurman om te oefenen.
Mini-checklist voor je examendag
Op de dag van het examen wil je niet voor verrassingen komen te staan. Zorg dat je weet waar de examenlocatie is en hoe je er komt. Neem je identiteitsbewijs en je uitnodiging mee. Kom op tijd, dan kun je rustig wennen. Tijdens het examen lees je elke vraag goed en gebruik je de tijd die je hebt. Als je klaar bent, controleer je je antwoorden nog een keer.
- Neem je paspoort of ID-kaart mee.
- Check de locatie en de reistijd van tevoren.
- Zorg dat je uitnodiging bij de hand hebt.
- Eet goed voor het examen, maar niet te zwaar.
- Neem een flesje water mee (als dat mag).
- Adem rustig en lees elke vraag twee keer.
Zo oefen je dit met Dutch Fluency en meer
Dutch Fluency biedt oefenmateriaal dat speciaal is gemaakt voor het inburgeringsexamen. Je vindt er oefenteksten, luisterfragmenten, spreekoefeningen en KNM-vragen die lijken op het echte examen. Je kunt in je eigen tempo oefenen en je voortgang bijhouden. Dat is handig als je niet naar een taalschool kunt of als je liever thuis studeert.
Naast de oefeningen op de website kun je ook gebruikmaken van de gratis materialen van DUO. Zij hebben voorbeeldexamens die je kunt downloaden. Combineer die met de oefeningen van Dutch Fluency en je bent goed voorbereid. Vergeet niet om ook echt Nederlands te praten in je dagelijks leven, want dat is de beste oefening. Succes!
Doe nu een proefexamen →Direct oefenen
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het inburgeringsexamen?
De duur verschilt per onderdeel, maar reken op ongeveer 45 minuten per onderdeel. Lezen en luisteren duren vaak iets langer dan spreken en schrijven. Controleer de exacte tijden op de website van DUO, want die kunnen veranderen.
Wat is het niveau van het inburgeringsexamen?
Het examen is op niveau A2 van het Europees Referentiekader. Dat betekent dat je eenvoudige zinnen en gesprekken moet kunnen begrijpen en gebruiken. Je hoeft geen perfect Nederlands te spreken, maar je moet je wel kunnen redden in dagelijkse situaties.
Kan ik het inburgeringsexamen thuis doen?
Nee, het examen doe je op een officiële examenlocatie van DUO, meestal op een computer. Je kunt wel thuis oefenen met voorbeeldexamens en oefenmateriaal, maar het echte examen maak je altijd op een locatie.
Hoeveel kost het inburgeringsexamen?
De kosten voor het examen veranderen regelmatig. In 2024 kost een onderdeel ongeveer 50 euro, maar het totaalbedrag hangt af van hoeveel onderdelen je moet doen. Check de actuele tarieven op de website van DUO.
Wat gebeurt er als ik het inburgeringsexamen niet haal?
Als je een onderdeel niet haalt, kun je het opnieuw doen. Je hebt drie jaar de tijd om het examen te halen. Als je de deadline mist, kan de gemeente een boete geven of je verblijfsvergunning intrekken. Het is dus belangrijk om op tijd te beginnen.
Is er een verschil tussen het inburgeringsexamen en het Staatsexamen NT2?
Ja, het inburgeringsexamen is op niveau A2 en is verplicht voor veel nieuwkomers. Het Staatsexamen NT2 is op niveau B1 of B2 en is vrijwillig, maar kan nodig zijn voor werk of studie. Het Staatsexamen is moeilijker en toetst meer vaardigheden.
Andere gidsen en examentips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Inburgeringsexamen aanmelden DUO: zo doe je dat
- Inburgeringsexamen A2 complete gids 2025
- Staatsexamen NT2 programma I: alles wat je moet weten
- Inburgering luisteren oefenen A2: zo pak je het aan
- Oefenexamens NT2: zo haal je jouw inburgeringsexamen
- NT2 Luisteren Oefenen: Zo Pak Je Het Aan (A2-B1)
Lees ook alle artikelen over inburgering, NT2 en de Nederlandse cultuur →
Practice for the Civic Integration Exam: Reading, Listening, Speaking, Writing and KNM
You want to pass the civic integration exam, but you don't know where to start. You're looking for practice material for reading, listening, speaking, writing and KNM, and you want to know what the exam looks like. In this guide, I'll walk you through step by step how to prepare, what to expect on each section, and how targeted practice can boost your chances of passing. No vague advice, but concrete example sentences and a plan you can use starting today.
The civic integration exam is mandatory if you come from outside the EU and want to stay in the Netherlands. You need to pass it within three years, or you'll face a fine or problems with your residence permit. That sounds daunting, but it's doable if you know what to do. Your municipality sometimes helps with a course, but many people practice on their own at home. With the right approach and enough practice, you can pass the exam, even if you work or take care of kids.
In this guide, you'll read how to tackle each section: reading, listening, speaking, writing and KNM. I give you example sentences you can use right away, a step-by-step plan for this week, and common mistakes to avoid. You don't have to do everything at once. Start small, practice a little every day, and you'll notice you get better and better. You can do this!
Note: the exact details of the exam, like the number of questions or the duration, can change. So always check the latest info on the DUO website or via My Civic Integration (Mijn Inburgering). In this guide, I use the most recent info I know, but double-check for yourself to be sure.
What is the civic integration exam and what does it look like?
The civic integration exam has three main parts: reading, listening and speaking. In addition, there are two other parts: writing and KNM (Knowledge of Dutch Society). Reading and listening are done on a computer at a DUO exam location. Speaking and writing are also computer-based, but you speak or type your answers. KNM is a computer exam with questions about life in the Netherlands, such as work, health and traffic.
You don't have to do all parts at once. You can schedule them separately, for example reading first, then listening. That's handy if you have limited time or if you notice you need more practice in a particular part. You can retake the exam as many times as you want, but each attempt costs money. So it's smart to go in well-prepared.
The parts are at A2 level. That means you need to understand and use simple sentences and conversations. You don't need to speak perfect Dutch, but you should be able to manage in everyday situations. Think of grocery shopping, going to the doctor, or talking to your child's teacher. The exam tests whether you can do that.
Practicing for the reading section
For reading, you get texts like a letter from the municipality, an email from work, or a message from the doctor's office. You need to understand what the text says and answer questions. The texts are short and simple, but you need to pay close attention to details. Practice by reading a lot in Dutch: read the newspaper, look at supermarket flyers, or read posts on social media.
A good exercise is to read one text every day and ask yourself three questions: What is the topic? What does the writer want? What should I do? If you do this with every text, you train your brain to find the key information. Also, watch for common words like 'u' (you), 'wij' (we), 'gratis' (free), 'aanbieding' (offer) and 'belangrijk' (important).
Use DUO's practice exams to get used to the questions. You can also practice online at Dutch Fluency, where you'll find practice texts at A2 level. Start with short texts and build up gradually. Don't read every word, but try to find the main idea. That saves time and helps you answer faster.
- I read the letter from the municipality about my appointment.
- The flyer says the store closes at 6:00 PM today.
- The doctor writes: 'You must take this medicine twice a day.'
- The sign at the bus stop says: 'The bus does not run on Sundays.'
- My colleague sends an email: 'Can you come at 9 o'clock tomorrow?'
- Read the question first, then find the answer in the text.
Practicing for the listening section
For listening, you hear conversations and announcements, like a voicemail from the doctor's office or a conversation between two colleagues. You need to understand what is said and answer questions. The tricky part is that you can't listen again, so you need to concentrate well. Practice by listening to Dutch radio or TV, like the Jeugdjournaal (children's news) or a simple podcast.
A handy trick is to listen for the tone and the words you recognize. You don't need to understand every word, but you do need to get the main message. Ask yourself: What is it about? What does the person need to do? Practice with short clips of one minute, then try to summarize in your own words. You can do this while cooking or on the go.
During the exam, you get headphones and can adjust the volume yourself. Use the time between questions to check your answers. If you don't know an answer, guess the most logical one. Don't get stuck on one word you don't understand; move on to the next question.
- Listen to the news on NPO 1 and tell someone what you heard.
- Watch the Jeugdjournaal: they speak clearly and slowly.
- Practice with listening clips on Dutch Fluency and answer the questions.
- Ask your neighbor or colleague to have a short conversation in Dutch.
- Turn on subtitles for a Dutch movie, then turn them off.
- Record yourself repeating a conversation, then listen back.
Practicing for the speaking section
For speaking, you need to answer questions in Dutch. You see a picture or hear a question, and then you speak your answer. The questions are about everyday situations, like 'What do you do on the weekend?' or 'Can you tell me something about your family?'. You don't need to tell long stories, but you do need to make clear sentences.
Many people find speaking the hardest because they're afraid of making mistakes. But the exam isn't strict about perfect grammar. It's about being understandable. Practice by talking out loud, even when you're alone. Tell what you see, what you're doing, or what you plan to do. It might sound silly, but it really helps.
Use the example sentences below. Repeat them and adapt them to your own situation. Practice with a timer: give yourself 30 seconds to answer. That way, you get used to the pressure of the exam. If you make a mistake, correct yourself and move on. That's fine.
- I have been living in the Netherlands for two years.
- On the weekend, I like to go for walks with my kids.
- My hobby is cooking; I like to make Indonesian food.
- I work as a cleaner at a hospital.
- I want to start my own shop later.
- Could you repeat that, please?
- I don't understand, could you speak slower?
Practicing for the writing section
For writing, you need to write a short message or fill in a form. You get a situation and you have to write an email or a card. You don't need to write long texts, but you do need to use the right words. Practice by writing something every day: a grocery list, a message to a friend, or an email to your landlord.
Pay attention to the basics: start with 'Dear ...' and end with 'Sincerely,'. Use short sentences and check your spelling. It doesn't matter if you don't write perfectly, but it should be readable. Practice filling in forms, for example on the municipality's website or when applying for a job.
A good exercise is to keep a diary in Dutch. Write three sentences every day about what you did. That's not much, but it helps you write automatically. Ask someone to check your texts, or use an online tool like Grammarly for Dutch. But the most important thing is that you write, even if you make mistakes.
- Dear Mr. Jansen, I cannot make the appointment tomorrow.
- Could you give me a new appointment?
- I would like to make an appointment for my civic integration exam.
- I have a question about my rental contract.
- Sincerely, Fatima
- I am looking for a job in healthcare.
Practicing for KNM (Knowledge of Dutch Society)
KNM is about how life works in the Netherlands. You learn about the government, education, healthcare, traffic, and norms and values. The questions are practical, like 'What do you do if you see someone fall on the street?' or 'Who pays for health insurance?'. You don't need to memorize facts, but you do need to know how to behave in daily life.
Practice by observing Dutch society. Go to the market, talk to your neighbors, and watch shows like 'Een Huis Vol' or the news. Notice how people interact: they are direct, schedule appointments, and show up on time. Those are things you'll encounter on the exam.
There are many practice questions online, including at Dutch Fluency. Take a practice test a few times a week and read the explanations for the answers. That way, you learn not just the answers, but also why things are the way they are. Also ask Dutch people how they do things, like at the municipality or at work. They can give you real examples.
- In the Netherlands, you must take out health insurance.
- If you see an accident, call 112.
- On a bike, you must have lights when it's dark.
- You must separate your waste: plastic, paper and residual waste.
- You make an appointment with the municipality online or by phone.
- In the Netherlands, it's normal to be on time.
Practical example sentences for every situation
Below you'll find sentences you can use in daily life and during the exam. Say them out loud, write them down, and adapt them to your own situation. The more you practice these sentences, the easier they'll come to mind during the exam. Use them in real life too, like at the supermarket or the doctor's office, and they'll become second nature.
- Good morning, I have an appointment with the doctor.
- I'd like a loaf of bread and a carton of milk, please.
- How much does this cost?
- I'm looking for the way to the station.
- Can you help me with this form?
- I received a letter from the municipality yesterday.
- My child is sick, I can't come to work today.
- I would like to change my address.
Step-by-step plan: what you do this week
You don't have to wait months to get started. With this step-by-step plan, you can start today. Plan half an hour each day, for example early in the morning or after dinner. Set a timer and make sure you won't be disturbed. Choose one section per day to keep it manageable.
Use the free practice materials from DUO and the exercises on Dutch Fluency. Write down what you find difficult and ask someone in your environment for help. A language buddy or a neighbor can help you with speaking and writing. Don't be afraid to make mistakes; it's part of learning.
- Monday: take a reading practice test on DUO and note your score.
- Tuesday: listen to a 2-minute clip and summarize it.
- Wednesday: practice 10 speaking sentences out loud, record yourself.
- Thursday: write a 5-sentence email to a friend.
- Friday: do 10 KNM practice questions and read the explanations.
- Saturday: review everything you found difficult.
- Sunday: rest, but still read something in Dutch, like a flyer.
Common mistakes (and what works instead)
Many people make the same mistakes when preparing. A common mistake is only practicing the fun parts, like reading, and skipping the harder parts like speaking. But all parts count equally. Another mistake is focusing too much on grammar and then being afraid to speak. Remember that being understandable is more important than being perfect.
Some people wait too long to schedule the exam, which puts them under time pressure. Schedule your exam date right away, then you have a goal. Another mistake is practicing only at home without feedback. Ask someone to listen to you or check your writing. That way, you learn faster and avoid repeating mistakes.
- Mistake: only practicing reading. Fix: plan a different section each day.
- Mistake: being afraid to make mistakes. Fix: talk out loud, even if it goes wrong.
- Mistake: not scheduling an exam date. Fix: schedule your exam now, then you have a deadline.
- Mistake: studying too much grammar. Fix: practice with real situations, like grocery shopping.
- Mistake: not asking for help. Fix: ask a friend or neighbor to practice.
Mini checklist for your exam day
On exam day, you don't want any surprises. Make sure you know where the exam location is and how to get there. Bring your ID and your invitation. Arrive on time so you can settle in calmly. During the exam, read each question carefully and use the time you have. When you're done, check your answers one more time.
- Bring your passport or ID card.
- Check the location and travel time in advance.
- Have your invitation ready.
- Eat well before the exam, but not too heavy.
- Bring a bottle of water (if allowed).
- Breathe calmly and read each question twice.
How to practice with Dutch Fluency and more
Dutch Fluency offers practice materials specifically designed for the civic integration exam. You'll find practice texts, listening clips, speaking exercises and KNM questions that resemble the real exam. You can practice at your own pace and track your progress. That's handy if you can't attend a language school or prefer to study at home.
In addition to the exercises on the website, you can also use DUO's free materials. They have sample exams you can download. Combine those with the exercises from Dutch Fluency and you'll be well-prepared. Don't forget to actually speak Dutch in your daily life, because that's the best practice. Good luck!
Doe nu een proefexamen →Practice now
Frequently asked questions
How long does the civic integration exam take?
The duration varies per section, but expect about 45 minutes per section. Reading and listening often take a bit longer than speaking and writing. Check the exact times on the DUO website, as they can change.
What is the level of the civic integration exam?
The exam is at A2 level of the Common European Framework of Reference. That means you need to understand and use simple sentences and conversations. You don't need to speak perfect Dutch, but you should be able to manage in everyday situations.
Can I take the civic integration exam at home?
No, the exam is taken at an official DUO exam location, usually on a computer. You can practice at home with sample exams and practice materials, but the actual exam is always at a location.
How much does the civic integration exam cost?
The costs change regularly. In 2024, one section costs about 50 euros, but the total amount depends on how many sections you need to take. Check the current rates on the DUO website.
What happens if I don't pass the civic integration exam?
If you fail a section, you can retake it. You have three years to pass the exam. If you miss the deadline, the municipality can impose a fine or revoke your residence permit. So it's important to start on time.
Is there a difference between the civic integration exam and the State Exam NT2?
Yes, the civic integration exam is at A2 level and is mandatory for many newcomers. The State Exam NT2 is at B1 or B2 level and is voluntary, but may be required for work or study. The State Exam is more difficult and tests more skills.
More guides and exam tips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Registering for the Civic Integration Exam with DUO: How to Do It
- Civic Integration Exam A2 Complete Guide 2025
- State Exam NT2 Program I: Everything You Need to Know
- Inburgering Listening Practice A2: How to Tackle It
- NT2 Practice Exams: How to Pass Your Civic Integration Exam
- Practice NT2 Listening: How to Tackle It (A2-B1)