Spreken oefening — Inburgering A2
Oefening #125 · 2026-05-29 · niveau A2
Opdracht
Stel je voor: je ziet twee foto's. Op foto A zie je iemand die het huis stofzuigt met een stofzuiger. Op foto B zie je iemand die de vloer veegt met een bezem. Welke manier van schoonmaken kies jij? Vertel ook waarom. Je hebt 60 seconden de tijd om antwoord te geven.
Voorbeeldantwoord
Ik kies foto A, de stofzuiger. Ik vind stofzuigen makkelijker dan vegen. Het gaat sneller en het huis wordt schoner. Met een bezem heb ik daarna nog steeds stof op de vloer.
Uitleg
To compare two things in Dutch, you can add '-er' to an adjective (like 'snel' -> 'sneller') and use the word 'dan' (than).