Spreken oefening — Inburgering A2
Oefening #2167 · 2026-09-18 · niveau A2
Opdracht
Kijk naar de foto. Je zit in een taalcafé en je drinkt koffie met andere mensen. Vertel wat je ziet en wat de mensen doen. Vertel ook wat jij drinkt en met wie je praat. Je hebt 60 seconden.
Voorbeeldantwoord
Ik zie vier mensen in een taalcafé. Ze zitten aan een tafel en drinken koffie. Een vrouw praat en de anderen luisteren. Ik drink ook koffie met melk. Ik praat met een aardige mevrouw naast mij.
Uitleg
Tip: in Dutch the present tense is used for what you see right now — 'Ze drinken koffie' (they drink coffee) is correct for 'they are drinking coffee'. Say the verb second: 'Ik drink ook koffie', not 'Ik ook drink koffie'.