Dutch Fluency Dutch Fluency NT2

Spreken oefening — Inburgering A2

Oefening #2342 · 2026-10-01 · niveau A2

Opdracht

Kijk naar de foto. Je ziet een vrouw die in het bos wandelt in de herfst. Vertel wat je ziet: wie is het, waar is ze, en wat doet ze? Vertel ook waarom het leuk is om in de herfst te wandelen. Je hebt 60 seconden.

Foto bij de spreekopdracht

Voorbeeldantwoord

Ik zie een vrouw in het bos. Ze wandelt op een pad met veel bladeren. Ze draagt een rode sjaal en een mandje. Het is herfst, want de bladeren zijn geel en bruin. Wandelen in het bos is fijn, omdat het rustig is en de lucht fris ruikt.

Uitleg

Tip: say 'ze wandelt' (she walks) with a clear 't' at the end — the '-t' of 'wandelt' is soft, so it sounds like 'wandel-t' and not 'wandel'. This helps you describe actions in the present tense.

Oefen dit zelf met directe AI-feedback →

Meer oefenen

Alle spreken-oefeningen Inburgering A2Lezen oefenenLuisteren oefenenSchrijven oefenenKNM oefenen