Spreken oefening — Inburgering A2
Oefening #346 · 2026-07-17 · niveau A2
Opdracht
Kijk naar de foto. U ziet een man in een winkel. Hij praat met een mevrouw achter de kassa. Beschrijf wat u ziet. Wat doet de man? Wat doet de mevrouw? Vertel ook wat er in de winkel ligt. U heeft 60 seconden.
Voorbeeldantwoord
De man staat bij de kassa. Hij praat met de mevrouw. De mevrouw werkt in de winkel. Ze scant een product. In de winkel liggen veel boodschappen.
Uitleg
Use the present tense ('staat', 'praat', 'werkt', 'scant') to describe what you see in the photo – this makes your description clear for the exam.