Spreken oefening — Inburgering A2
Oefening #611 · 2026-07-19 · niveau A2
Opdracht
Kijk naar de foto. De vrouw past kleren. Wat zie je? Vertel wat er gebeurt en waarom zij de kleren past.
Voorbeeldantwoord
De vrouw staat in de paskamer. Ze past een groene jas. Ze past de jas omdat zij de kleur mooi vindt. De winkel heeft veel kleren. Ze kijkt naar de spiegel en ziet of de jas past.
Uitleg
Use 'passen' for trying on clothes; remember the word order: 'Ze past een groene jas' (subject + verb + object).