Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #1064 · 2026-07-19 · niveau B1
Opdracht
Je ziet op de foto een zonnig park. Er liggen een kleed, een bal en een picknickmand naast een vriendengroep. Vergelijk een dagje naar het park met een dagje winkelen. Vertel wat je liever doet en waarom. Gebruik minstens twee argumenten.
Voorbeeldantwoord
Ik vind een dagje naar het park leuker dan winkelen. In het park kun je lekker ontspannen en met vrienden praten. Winkelen is vaak druk en je moet veel lopen, maar in het park kun je gewoon zitten en genieten van de zon.
Uitleg
Here you compare two options using 'leuk(er) dan' and 'maar', and you give two arguments: relaxation & talking vs. being busy. Tip: practice the 'eu' in 'leuk' and 'ui' in 'druk'.