Spreken oefeningen — Staatsexamen NT2 B1
65 spreken-oefeningen in examenstijl voor het Staatsexamen NT2 Programma I (B1), met voorbeeldantwoorden en directe AI-feedback.
Start een oefening met AI-feedback →Alle oefeningen (65)
- Kijk naar de foto. Je bent een nieuwe buur in de wijk en je wilt graag contact maken met je buren. Stel een vo
- Je bent bij het gemeentehuis. Je moet een nieuw paspoort aanvragen, maar je weet niet waar de balie is. Op de
- Kijk naar de foto. Je ziet een klant en een kapper in een kapsalon. Beschrijf wat er gebeurt. Vertel waar de k
- Je hoort een vriend(in) die zegt: 'Ik moet me inschrijven bij de gemeente, maar ik weet niet hoe dat werkt. Ku
- Kijk naar de foto. Je ziet een woonkamer met twee manieren om een gezellige avond met je gezin door te brengen
- Kijk naar de foto. Je vriend(in) zit met twee folder van verschillende telefoonabonnementen en vraagt jou om a
- Kijk naar de foto. U heeft zich ingeschreven voor een fotografieworkshop, maar tijdens de workshop gaat er vee
- Kijk naar de foto van een persoon die een reis aan het plannen is. Jij wilt ook een reis plannen en zoekt advi
- Kijk naar de foto. Je ziet twee manieren om fit te worden. Vergelijk de twee opties: thuis sporten of in de sp
- Kijk naar de foto. Je bent op je werk en je collega's organiseren een vrijdagmiddagborrel. Wat vind je van het
- Kijk naar de foto. U bent bij de bank en u wilt een rekening openen. Maar de medewerker zegt dat het niet moge
- Je vertelt tegen een vriend wat er gebeurde toen je gisteren naar de voetbalwedstrijd van je zoon keek. De sch
- Kijk naar de foto. Je ziet een man die iets aan zijn buurman vraagt. Wat is het probleem? Geef je buurman advi
- Je hoort iemand die zegt: 'Ik kijk elke avond samen met mijn kinderen een film. Het is zo gezellig!' Vertel of
- Kijk naar de foto. Je beste vriend wil binnenkort een museum bezoeken, maar hij weet niet welk. Jij hebt zelf
- Kijk naar de foto. Je ziet twee studenten in een openbare ruimte. De ene student heeft een lege stoel naast zi
- Kijk naar de foto. Het is een zonnige dag. Je vrienden stellen voor om naar het park te gaan. Vergelijk twee m
- Kijk naar de foto. Je hebt een borrel of etentje georganiseerd voor je collega's. Een nieuwe collega vraagt wa
- Je werkt bij een kledingwinkel. Een nieuwe collega vraagt hoe je klanten helpt met het kiezen van een broek. K
- Je werkt als vrijwilliger bij een buurtcentrum. Een groep nieuwe Nederlanders gaat voor het eerst naar het zwe
- Kijk naar de foto. Je ziet twee vrienden in de bibliotheek. Jij wilt met een vriend afspreken om samen te oefe
- Kijk naar de foto. Je gaat met vrienden picknicken in het park. Beschrijf wat je ziet: waar zijn jullie, wat d
- Kijk naar de foto. Je organiseert een buurtfeest in jouw straat. Geef je buren instructies over wat zij moeten
- Kijk naar de foto. Je hebt vanavond gasten. Je moet nog snel boodschappen doen en koken. Overtuig je vriend(in
- Kijk naar de foto. Je hebt een vrije dag en je twijfelt: ga je in het bos wandelen of ga je naar een park in d
- Stel je voor: je werkt in een bedrijf en je baas vraagt of het team een cursus wil doen om beter te leren same
- Kijk naar de foto. Je collega vertelt dat hij/zij een weekje naar Portugal wil, maar twijfelt tussen een stede
- Je klasgenoot heeft moeite met de uitspraak van het Nederlands. Kijk naar de foto. Je bent in de bibliotheek e
- Je hoort een vriend van je zeggen: 'Ik wil dit weekend een barbecue organiseren, maar ik weet niet zeker of he
- Kijk naar de foto. Je werkt bij een bedrijf. Jouw team heeft binnenkort een informele bijeenkomst. De ene helf
- Je bent op je werk. Een collega heeft binnenkort een verjaardag. Jullie willen een klein feestje geven op kant
- Kijk naar de foto. Je bent met een vriend(in) in de dierentuin. Jullie hebben nog twee uur voordat het park sl
- Kijk naar de foto. Je hoort het gesprek met een collega. Luister en vergelijk de twee plaatjes: een borrel en
- Je ziet op de foto een zonnig park. Er liggen een kleed, een bal en een picknickmand naast een vriendengroep.
- Kijk naar de foto. Je vriend wil graag leren zwemmen, maar heeft nog nooit in het zwembad gezwommen. Geef hem
- Kijk naar de foto. Je krijgt bezoek en je moet boodschappen doen en koken. Beschrijf kort wat de persoon op de
- Kijk naar de foto. Je werkt bij een buurthuis en een nieuwe vrijwilliger komt voor het eerst helpen. Beschrijf
- Kijk naar de foto. Je ziet twee vrienden die een boek lezen. De ene vriend is voor een boekenclub, de andere n
- Kijk naar de foto. Je ziet twee situaties: koffie drinken bij jou thuis en koffie drinken in een café. Vergeli
- Kijk naar de foto. Je hoort een vriendin zeggen: 'Ik zit eraan te denken om in een bandje te gaan spelen, maar
- Kijk naar de foto. Je staat op een feestje van een vriend en ziet dat iemand een taart laat vallen. Vind je da
- Kijk naar de foto. Je moet je vriend(in) advies geven. Hij of zij twijfelt over iets nieuws te gaan doen: yoga
- Kijk naar de foto. Je bent met een vriend of vriendin. Jullie hebben een vrije middag. Jij wilt graag een bosw
- Je bent met een vriend of vriendin in de stad. Jullie hebben een uur vrij. Kijk naar de foto. Doe een voorstel
- Kijk naar de foto. Je bent teamleider. Het is donderdagochtend. Je wilt een vrijdagmiddagborrel organiseren me
- Kijk naar de foto. Je hebt net een nieuw huis gehuurd en je vriend(in) helpt je met verhuizen. Nu moeten julli
- Kijk naar de foto. Een vriend wil liever een film kijken, maar jij wilt liever een boswandeling maken. Overtui
- Kijk naar de foto. Je ziet twee situaties op het werk: een vrijdagmiddagborrel in de kantine en een rustig mom
- Je hoort je buurvrouw. Ze zegt: 'Ik lees graag, maar alleen is het soms saai. Misschien kunnen we een boekencl
- Je bent naar een festival geweest. De muziek was goed, maar er waren problemen. Kijk naar de foto. Je praat me
- Je werkt in een restaurant. Een vriend wil met je uit eten, maar jij hebt een andere voorkeur. Kijk naar de fo
- Kijk naar de foto. Dit is jouw vriendengroep in het park. Beschrijf wat je ziet: wie zijn er, wat doen ze, en
- Kijk naar de foto. Je vriend(in) vraagt of jullie morgen naar het strand gaan. Jij vindt het een goed idee en
- Kijk naar de foto. Beschrijf wat er te zien is in het museum. Vertel over de voorwerpen, de mensen en de sfeer
- Stel je voor: je werkt bij een bedrijf en het is vrijdagmiddag. Jij en een paar collega’s willen nog iets doen
- Je gaat een wandeling of fietstocht maken met een vriend(in). Jij kent de omgeving goed, maar je vriend(in) ni
- Kijk naar de foto. Stel je voor dat je met een vriend of vriendin een vakantie aan het plannen bent. Jullie he
- Kijk naar de foto van een buurtfeest op straat. Beschrijf wat je ziet: wie zijn er, wat doen ze, hoe ziet de s
- Kijk naar de foto. Het is zaterdagmiddag en je vriend vraagt of je mee gaat voetballen in het park. Maar je wi
- Kijk naar de foto. Je ziet twee vrienden in een wasstraat: de ene wast zijn fiets met de hand, de andere staat
- Je werkt in een fietsenwinkel. Een klant klaagt dat de reparatie aan zijn fiets langer duurt dan beloofd. Reag
- Je praat met een medestudent. Hij maakt zich veel zorgen over het komende examen en weet niet hoe hij moet beg
- Je collega David is nieuw. Hij vindt het moeilijk om alle nieuwe informatie te onthouden en vraagt jou om advi
- Je praat met een nieuwe, jongere student. Hij heeft moeite om zich te concentreren op zijn studie en vraagt jo
- Je medestudent, Leo, kan zich thuis niet goed concentreren op zijn studie. Zijn huisgenoten maken te veel lawa