Dutch Fluency Dutch Fluency NT2

Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1

Oefening #1073 · 2026-07-19 · niveau B1

Opdracht

Kijk naar de foto. Je hebt een vrije dag en je twijfelt: ga je in het bos wandelen of ga je naar een park in de stad? Vergelijk de twee opties. Wat kies je en waarom? Vertel wat je leuk vindt aan elke optie en wat het verschil is. Je hebt 15 seconden voorbereidingstijd en daarna 30 seconden om te spreken.

Foto bij de spreekopdracht

Voorbeeldantwoord

Ik vind een boswandeling heel rustig, omdat je daar de vogels hoort en de frisse lucht ruikt. Maar in het park ontmoet je ook andere mensen en kun je iets drinken bij een kiosk. Toch kies ik voor het bos, omdat ik daar echt tot rust kom. Het is stiller en je bent meer in de natuur.

Uitleg

The main contrast is expressed with 'maar' and 'toch', and the reason for the choice is given with 'omdat'. Try to pronounce the Dutch 'ui' in 'rustig' and 'ruikt' as a combination of 'au' and 'ie'.

Oefen dit zelf met directe AI-feedback →

Meer oefenen

Alle spreken-oefeningen Staatsexamen NT2 B1Lezen oefenenLuisteren oefenenSchrijven oefenenKNM oefenen