Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #1514 · 2026-07-30 · niveau B1
Opdracht
Kijk naar de foto. Je ziet een klant en een kapper in een kapsalon. Beschrijf wat er gebeurt. Vertel waar de klant zit en wat de kapper doet. Noem ook wat je in de kapsalon ziet.
Voorbeeldantwoord
De klant zit in een speciale stoel voor de spiegel. De kapper staat achter haar en knipt haar haar. Er liggen scharen en borstels op de plank. Aan de muur hangen foto’s van kapsels. Het lijkt een drukke maar gezellige zaak.
Uitleg
Use 'de stoel' (de-woord) not 'het stoel', and place 'staat achter haar' (V2 word order) after the comma in the second sentence.