Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #2185 · 2026-09-19 · niveau B1
Opdracht
Je bent op je werk en je collega wil een dagje naar een andere stad gaan. Jij wilt graag met het openbaar vervoer en je wilt je reisapp gebruiken. Kijk naar de foto. Overtuig je collega: geef minstens twee argumenten waarom reizen met de OV-chipkaart en een reisapp handig is. Je hebt 15 seconden om na te denken.
Voorbeeldantwoord
Ik zou echt met de trein gaan, want dat is veel handiger dan met de auto. Met een reisapp zie je precies hoe laat je trein gaat en of er vertraging is. Als je de OV-chipkaart gebruikt, hoef je geen kaartje te kopen en dat scheelt tijd. En in de trein kun je rustig werken of gewoon even uitrusten. Zal ik de app vast voor ons openen?
Uitleg
You gave two clear arguments with 'want' and 'als', which fits B1 well; remember that 'OV-chipkaart' is de-woord and 'de reisapp' too, and pronounce 'OV' as separate letters oh-vay.