Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #2423 · 2026-10-07 · niveau B1
Opdracht
Kijk naar de foto: je ziet een winkelstraat met links een kledingwinkel en rechts een kapsalon. Je hebt deze zaterdag drie uur vrije tijd en 40 euro. Vergelijk de twee opties: kleren shoppen of naar de kapper. Vertel wat je kiest en waarom. Noem minstens twee redenen. Je hebt 15 seconden om na te denken.
Voorbeeldantwoord
Ik kies vandaag voor kleren shoppen, want ik heb echt een nieuwe broek nodig voor mijn werk. Ook is shoppen goedkoper: met veertig euro kan ik twee dingen kopen. Naar de kapper gaan is ook leuk, maar dat kost vaak meer tijd en geld. Bovendien kan ik volgende maand naar de kapper. Dus vandaag ga ik liever even snel de stad in voor nieuwe kleren.
Uitleg
You compared two options and gave clear reasons — good! Watch your word order in 'want ik heb echt een nieuwe broek nodig' (main clause after 'want': subject + verb). Also practice the 'ui' sound in 'huis' and 'tijd' versus the 'ou' in 'koud': keep your lips round for 'ui'. A stronger ending: 'Dus vandaag kies ik voor nieuwe kleren, want dat kan snel en het kost niet veel.'