Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #2518 · 2026-10-19 · niveau B1
Opdracht
Je bent op bezoek bij je vriendin. Jullie willen zaterdag samen een dagje naar het strand. Kijk naar de foto: jullie zien twee opties — met de trein of met de fiets. Vertel je vriendin welke optie jij kiest en vergelijk de twee: noem minstens twee verschillen (bijvoorbeeld tijd, kosten of weer) en geef je mening met een reden. Je hebt 15 seconden om na te denken en daarna 30 seconden om te spreken.
Voorbeeldantwoord
Ik kies toch liever de trein, want dat is veel sneller en rustiger. Met de fiets ben je wel twee uur onderweg, terwijl de trein maar veertig minuten kost. Bovendien hoef je dan niet te zweten als het warm is, en je kunt onderweg lekker uitrusten. De fiets is goedkoper, maar voor een dagje strand vind ik comfort belangrijker. Dus laten we de trein nemen!
Uitleg
You compared two options and gave a clear choice with reasons, which is exactly the task; remember to put the verb second in main clauses ('Ik kies liever de trein, want dat is sneller') and watch the 'ui' sound in 'fiets' versus 'trein' — say each vowel short and clear. A stronger sentence: 'De trein is sneller, terwijl de fiets goedkoper is, dus daarom kies ik de trein.'