Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #2523 · 2026-10-20 · niveau B1
Opdracht
Je volgt een kookcursus in het buurthuis. Kijk naar de foto: je ziet de keuken en de docent. Beschrijf aan een vriend(in) aan de telefoon wat je ziet en wat jullie gaan doen. Vertel wie er in de keuken is, wat er op tafel staat en wat de docent doet. Je hebt 15 seconden om na te denken. Spreek daarna ongeveer 30 seconden.
Voorbeeldantwoord
Ik zit nu in de keuken van het buurthuis, want ik volg een kookcursus. Op tafel staan veel groenten, kommen en snijplanken klaar. De docent draagt een schort en wijst naar de pan op het fornuis. Hij legt uit hoe we de soep moeten maken. De andere mensen kijken en lachen een beetje.
Uitleg
You gave a clear description, so the speaking act was done well; watch the word order in 'want ik volg' (verb second in the main clause, verb last after 'want'), and pronounce 'snijplanken' slowly as snij-plan-ken so the 'ij' stays clear — a stronger sentence is: 'De docent, die een schort draagt, wijst naar de pan.'