Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #2527 · 2026-10-20 · niveau B1
Opdracht
Je wilt graag gaan zwemmen, maar je twijfelt tussen het zwembad en buitenwater. Je belt je vriend(in). Kijk naar de foto en reageer: stel hem of haar een verzoek — vraag of hij/zij mee wil zwemmen en laat hem/haar kiezen tussen het zwembad en buitenwater. Geef ook kort je eigen voorkeur met een reden. Je hebt 15 seconden om na te denken en dan 30 seconden om te spreken.
Voorbeeldantwoord
Hoi, met mij! Ik wil deze week graag gaan zwemmen, maar ik kan niet kiezen. Zou jij mee willen, en vind jij het zwembad of buitenwater leuker? Ik ga zelf liever naar het zwembad, omdat het water daar warmer is en er een badmeester is. Laat me snel weten wat jij kiest, dan maken we een plan.
Uitleg
You clearly made the request with 'Zou jij mee willen...' and added a reason, but remember the word order in a 'omdat' subclause: the verb goes to the end, as in 'omdat het water daar warmer is'.