Dutch Fluency Dutch Fluency NT2

Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1

Oefening #2587 · 2026-10-28 · niveau B1

Opdracht

Je bent op het strand met een vriend(in). Kijk naar de foto. Vertel in ongeveer 30 seconden wat je ziet en wat er gebeurt: wie zijn er, waar zitten of staan ze, en wat doen ze? Je hebt 15 seconden om na te denken.

Foto bij de spreekopdracht

Voorbeeldantwoord

Op de foto zie ik een zonnig dagje op het strand. Een vrouw zit op een kleed en pakt eten uit een koeltas, terwijl een man naast haar op een handdoek ligt uit te rusten. Vooraan bouwen twee kinderen een zandkasteel met een emmer en een schepje. Achter hen is de zee rustig en vliegen een paar meeuwen. Iedereen ziet er ontspannen uit, het is echt een gezellige stranddag.

Uitleg

You described who, where and what they are doing — exactly the task. Watch the word order after 'terwijl': the verb 'ligt' comes before 'uit te rusten', and pronounce 'kleed' with a long 'ee' sound, not like 'kled'.

Oefen dit zelf met directe AI-feedback →

Meer oefenen

Alle spreken-oefeningen Staatsexamen NT2 B1Lezen oefenenLuisteren oefenenSchrijven oefenenKNM oefenen