Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #2593 · 2026-10-28 · niveau B1
Opdracht
Je bent in het stadsloket en je zoekt de balie voor een nieuw paspoort. Je spreekt een medewerker aan. Kijk naar de foto: er is een lange gang met borden en een balie in de verte. De medewerker zegt: 'Goedemiddag, waarmee kan ik u helpen?' Reageer op de medewerker. Leg uit wat u zoekt en vraag waar u precies moet zijn. Gebruik minstens twee zinnen.
Voorbeeldantwoord
Goedemiddag. Ik kom een nieuw paspoort aanvragen. Kunt u mij vertellen waar ik daarvoor moet zijn? Ik zie door de gang heen een balie, maar ik weet niet of dat de juiste is. Alvast bedankt voor de hulp.
Uitleg
You reacted to the staff member and asked a clear question; remember to use 'waar' for place and 'of' in indirect questions (e.g., 'Ik weet niet of dat de juiste balie is').