Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1
Oefening #2631 · 2026-10-30 · niveau B1
Opdracht
Je gaat binnenkort verhuizen en je nieuwe huis heeft een woonkamer en een kleine keuken. Kijk naar de foto: je ziet een lege woonkamer en een hoek waar de eettafel kan staan. Een vriend(in) vraagt: waar begin je met inrichten? Vergelijk twee plekken voor de eettafel — bij het raam of in de hoek bij de keuken — en vertel welke plek jij kiest en waarom. Je hebt 15 seconden om na te denken en daarna 30 seconden om te spreken.
Voorbeeldantwoord
Ik zou de eettafel bij het raam zetten, want daar is meer licht en dan word je 's ochtends vrolijk wakker. In de hoek bij de keuken is het handiger om te koken, maar het is er best donker. Ik vind gezelligheid belangrijker dan alleen praktisch zijn, dus ik kies voor het raam. De hoek bij de keuken laat ik leeg, daar kan later een kastje staan voor de pannen en borden.
Uitleg
You compared two clear options (window versus kitchen corner) and gave a reason for your choice, which is exactly the 'vergelijken' task; use linking words like 'want' and 'maar' to make the comparison clear, and practise the 'ui' in 'thuis' and 'ui' in 'ruit' so it sounds natural.