Dutch Fluency Dutch Fluency NT2

Spreken oefening — Staatsexamen NT2 B1

Oefening #2646 · 2026-10-30 · niveau B1

Opdracht

Je collega Fatima vertelt je dat ze volgende maand twee weken vrij heeft en graag met haar gezin op vakantie wil, maar ze weet niet waar ze moet beginnen. Kijk naar de foto. Geef haar drie concrete adviezen over hoe ze haar reis kan plannen: bijvoorbeeld waar ze moet beginnen, hoe ze een budget kan maken en wanneer ze moet boeken. Let op: dit is een middellange opdracht — je hebt 15 seconden voorbereidingstijd en daarna 30 seconden om te spreken.

Foto bij de spreekopdracht

Voorbeeldantwoord

Ik zou eerst samen met je gezin opschrijven wat jullie belangrijk vinden: zon, zee of juist een stad. Daarna kun je een budget maken, bijvoorbeeld vijfhonderd euro per persoon, zodat je weet wat betaalbaar is. Kijk ook goed naar de periode: buiten de schoolvakanties is het vaak goedkoper. En boek niet te laat, want leuke plekken zijn snel vol. Als je wilt, help ik je vanmiddag even met zoeken op de computer.

Uitleg

You gave real advice here, and the tip is about word order: after 'Ik zou' the verb comes at the end of the clause ('Ik zou eerst opschrijven...'), and words like 'buiten' and 'zonder' help you sound more natural at B1. Also practise the 'ui' sound in 'buiten' and 'duur' — keep your lips rounded at the start.

Oefen dit zelf met directe AI-feedback →

Meer oefenen

Alle spreken-oefeningen Staatsexamen NT2 B1Lezen oefenenLuisteren oefenenSchrijven oefenenKNM oefenen