Over het weer praten in het Nederlands
In Nederland praten mensen vaak over het weer. Het is een makkelijke manier om een gesprek te beginnen. Of je nu met een collega praat of met de buurvrouw, een opmerking over het weer is altijd gepast.
In deze gids leer je de belangrijkste zinnen en woorden om over het weer te praten. Ook geven we tips om fouten te voorkomen. Oefen daarna in de Dutch Fluency NT2-app.
Waarom praten Nederlanders zoveel over het weer?
Het weer in Nederland verandert vaak. Het kan zonnig zijn en tien minuten later regenen. Daarom is het weer een goed gespreksonderwerp. Het is neutraal en iedereen heeft er een mening over.
Als je een gesprek begint met 'Wat een weer, hè?' dan reageert bijna iedereen. Het is een sociale gewoonte. Door over het weer te praten, toon je interesse en kun je makkelijk contact maken.
Belangrijke woorden en zinnen over het weer
- Het is zonnig vandaag.
- Het regent hard.
- Het waait heel hard.
- Het is bewolkt en een beetje koud.
- Ga je vanmiddag naar buiten? Het wordt droog.
- Wat is de temperatuur? Het is 20 graden.
- Het gaat vanmiddag onweren. Neem een paraplu mee.
- Er staat een stevige wind uit het westen.
Hoe begin je een gesprek over het weer?
Je kunt een gesprek beginnen met een vraag of een opmerking. Bijvoorbeeld: 'Wat een weer, hè?' of 'Vind je het ook zo koud?'. Of je zegt: 'Gelukkig schijnt de zon weer.'
De ander zal dan reageren. Zo ontstaat een kort gesprek. Luister goed naar de reactie en stel een vervolgvraag. Bijvoorbeeld: 'Ga je nog iets leuks doen in dit weer?'
Veelgemaakte fouten bij het praten over het weer
- Fout: 'Het is regen.' -> Goed: 'Het regent.' (gebruik het werkwoord regenen).
- Fout: 'Het is wind.' -> Goed: 'Het waait.' (gebruik het werkwoord waaien).
- Fout: 'Ik vind het weer leuk.' -> In het Nederlands zeggen we vaak 'Ik vind het mooi weer' of 'Het is lekker weer'.
- Fout: 'Het is onweer.' -> Goed: 'Het onweert.' (werkwoord onweren).
Zo oefen je dit in het Nederlands
Oefen met de Dutch Fluency NT2-app. In de oefeningen voor spreken en luisteren vind je dialogen over het weer. Luister naar Nederlanders die over het weer praten en spreek de zinnen na. Zo leer je de juiste uitspraak en intonatie. Begin met de module 'Spreken' of 'Luisteren' op A2-niveau.
Oefen spreken over het weer →Direct oefenen
Veelgestelde vragen
Is het weer een goed onderwerp om een gesprek te beginnen?
Ja, in Nederland is het weer een heel normaal en veilig onderwerp om een gesprek te starten.
Welke werkwoorden gebruik ik voor het weer?
Gebruik werkwoorden zoals regenen, waaien, onweren, sneeuwen. Dus: het regent, het waait, het onweert, het sneeuwt.
Hoe vraag ik naar het weer van morgen?
Je kunt vragen: 'Wat wordt het weer morgen?' of 'Heb je de weersverwachting voor morgen gehoord?'
Andere gidsen en examentips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- Lekker meaning in het Nederlands: wat betekent 'lekker' echt?
- Kind regards in het Nederlands: zo sluit je netjes af
- Dutch Tiki: wat het is en hoe je het gebruikt
- Tikkie Culture: wat het is en hoe je het gebruikt
- "ik wil graag pinnen" in het Nederlands: zo zeg je het echt
- Wat is een Tikkie in Nederland? Uitleg voor nieuwkomers
Lees ook alle artikelen over inburgering, NT2 en de Nederlandse cultuur →