Dutch Fluency Dutch Fluency NT2
← Home All guides Practice
Getallen, tijd en datum in het Nederlands: complete gids

Getallen, tijd en datum in het Nederlands

In het dagelijks leven in Nederland gebruik je voortdurend getallen, tijden en datums. Of je nu een afspraak maakt, boodschappen doet of je reis plant, het is belangrijk dat je deze onderwerpen in het Nederlands beheerst.

Deze gids helpt je stap voor stap. Je leert de basisregels, krijgt veel voorbeeldzinnen en ontdekt hoe je kunt oefenen voor het inburgeringsexamen of Staatsexamen NT2.

Getallen in het Nederlands: van 0 tot 1 miljard

Nederlandse getallen volgen een logisch systeem, maar er zijn een paar uitzonderingen. De getallen 0 tot 12 moet je uit je hoofd leren: nul, een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf.

Vanaf 13 is het makkelijk: je zegt het eenheid plus 'tien': dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien, achttien, negentien. De tientallen zijn: twintig, dertig, veertig, vijftig, zestig, zeventig, tachtig, negentig. Honderd is 'honderd', duizend is 'duizend', en miljoen is 'miljoen'.

Voorbeeldzinnen met getallen

De kloktijd: hoe zeg je hoe laat het is?

In Nederland gebruiken we zowel de 12-uurs als 24-uurs notatie. In formele situaties (zoals treinroosters) gebruik je 24 uur. In gesprekken is 12 uur gebruikelijk.

Je zegt eerst de minuten en dan het uur. Bijvoorbeeld: 8:15 is 'vijf over acht', 8:30 is 'half negen', 8:45 is 'kwart voor negen'. Let op: 'half negen' betekent 8:30, niet 9:30!

Voor digitale tijden zeg je gewoon de cijfers: 'veertien uur dertig' of 'twee uur dertig'.

Veelgemaakte fouten met tijd en datum

Datums correct noteren en uitspreken

Een datum schrijf je als: 5 maart 2024. Je zegt: 'vijf maart tweeduizendvierentwintig'. Of korter: 'vijf maart 2024'. Let op: het jaar spreek je uit als 'tweeduizendvierentwintig' of 'twintigvierentwintig'.

Voor eeuwen gebruik je het rangtelwoord: de 21e eeuw spreek je uit als 'eenentwintigste eeuw'. Bij data gebruik je ook rangtelwoorden: 1e, 2e, 3e, etc., maar in spreektaal vaak 'eerste', 'tweede', 'derde'.

Zo oefen je dit in het Nederlands

Wil je deze onderwerpen oefenen voor het inburgeringsexamen? In de Dutch Fluency NT2-app vind je interactieve oefeningen over getallen, tijd en datum. Oefen met luisteren, spreken en schrijven. Klik op de link hieronder om direct te starten.

Oefen nu met getallen, tijd en datum →

Direct oefenen

Veelgestelde vragen

Hoe zeg ik 13:45 in het Nederlands?

Dat is 'kwart voor twee' (informeel) of 'dertien uur vijfenveertig' (formeel).

Wat is het verschil tussen 'half twee' en 'half drie'?

'Half twee' is 13:30, 'half drie' is 14:30. Onthoud: half + volgend uur.

Hoe vraag ik naar de datum?

Je vraagt: 'Welke datum is het vandaag?' of 'De hoeveelste is het vandaag?'

Andere gidsen en examentips

Lees ook alle artikelen over inburgering, NT2 en de Nederlandse cultuur →