Getallen, tijd en datum in het Nederlands
In het dagelijks leven in Nederland gebruik je voortdurend getallen, tijden en datums. Of je nu een afspraak maakt, boodschappen doet of je reis plant, het is belangrijk dat je deze onderwerpen in het Nederlands beheerst.
Deze gids helpt je stap voor stap. Je leert de basisregels, krijgt veel voorbeeldzinnen en ontdekt hoe je kunt oefenen voor het inburgeringsexamen of Staatsexamen NT2.
Getallen in het Nederlands: van 0 tot 1 miljard
Nederlandse getallen volgen een logisch systeem, maar er zijn een paar uitzonderingen. De getallen 0 tot 12 moet je uit je hoofd leren: nul, een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf.
Vanaf 13 is het makkelijk: je zegt het eenheid plus 'tien': dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien, achttien, negentien. De tientallen zijn: twintig, dertig, veertig, vijftig, zestig, zeventig, tachtig, negentig. Honderd is 'honderd', duizend is 'duizend', en miljoen is 'miljoen'.
Voorbeeldzinnen met getallen
- Ik woon op nummer 23.
- De trein vertrekt om 14:30 uur.
- Het kost € 45,95.
- Mijn telefoonnummer is 06-12345678.
De kloktijd: hoe zeg je hoe laat het is?
In Nederland gebruiken we zowel de 12-uurs als 24-uurs notatie. In formele situaties (zoals treinroosters) gebruik je 24 uur. In gesprekken is 12 uur gebruikelijk.
Je zegt eerst de minuten en dan het uur. Bijvoorbeeld: 8:15 is 'vijf over acht', 8:30 is 'half negen', 8:45 is 'kwart voor negen'. Let op: 'half negen' betekent 8:30, niet 9:30!
Voor digitale tijden zeg je gewoon de cijfers: 'veertien uur dertig' of 'twee uur dertig'.
Veelgemaakte fouten met tijd en datum
- Verwarring tussen 'half negen' (8:30) en 'half tien' (9:30).
- Datums schrijven: in Nederland is de volgorde dag-maand-jaar, dus 5-3-2024 is 5 maart, niet 3 mei.
- Maanden met een hoofdletter? Nee, maanden schrijf je klein: januari, februari, etc.
Datums correct noteren en uitspreken
Een datum schrijf je als: 5 maart 2024. Je zegt: 'vijf maart tweeduizendvierentwintig'. Of korter: 'vijf maart 2024'. Let op: het jaar spreek je uit als 'tweeduizendvierentwintig' of 'twintigvierentwintig'.
Voor eeuwen gebruik je het rangtelwoord: de 21e eeuw spreek je uit als 'eenentwintigste eeuw'. Bij data gebruik je ook rangtelwoorden: 1e, 2e, 3e, etc., maar in spreektaal vaak 'eerste', 'tweede', 'derde'.
Zo oefen je dit in het Nederlands
Wil je deze onderwerpen oefenen voor het inburgeringsexamen? In de Dutch Fluency NT2-app vind je interactieve oefeningen over getallen, tijd en datum. Oefen met luisteren, spreken en schrijven. Klik op de link hieronder om direct te starten.
Oefen nu met getallen, tijd en datum →Direct oefenen
- Luisteroefeningen voor inburgering A2
- Schrijfoefeningen voor inburgering A2
- Meer artikelen over het leven in Nederland
Veelgestelde vragen
Hoe zeg ik 13:45 in het Nederlands?
Dat is 'kwart voor twee' (informeel) of 'dertien uur vijfenveertig' (formeel).
Wat is het verschil tussen 'half twee' en 'half drie'?
'Half twee' is 13:30, 'half drie' is 14:30. Onthoud: half + volgend uur.
Hoe vraag ik naar de datum?
Je vraagt: 'Welke datum is het vandaag?' of 'De hoeveelste is het vandaag?'
Andere gidsen en examentips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- KNM examen oefenen: gratis tips en voorbeeldvragen voor het inburgeringsexamen
- Small talk Nederlands: tips en voorbeeldzinnen voor beginners
- De Nederlandse G uitspreken: 7 Tips voor Beginners
- Fietsen in Nederland: regels en woorden | NT2
- Post en pakketjes met PostNL: praktische gids
- Diary in Dutch: Schrijf een dagboek in het Nederlands
Lees ook alle artikelen over inburgering, NT2 en de Nederlandse cultuur →
Numbers, Time, and Dates in Dutch
In daily life in the Netherlands, you constantly use numbers, times, and dates. Whether you're making an appointment, doing groceries, or planning your trip, it's important to master these topics in Dutch.
This guide helps you step by step. You'll learn the basic rules, get plenty of example sentences, and discover how to practice for the civic integration exam or the State Exam NT2.
Numbers in Dutch: from 0 to 1 billion
Dutch numbers follow a logical system, but there are a few exceptions. You need to memorize the numbers 0 to 12: nul, een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf.
From 13 onward, it's easy: you say the unit plus 'tien': dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien, achttien, negentien. The tens are: twintig, dertig, veertig, vijftig, zestig, zeventig, tachtig, negentig. Hundred is 'honderd', thousand is 'duizend', and million is 'miljoen'.
Example sentences with numbers
- I live at number 23.
- The train leaves at 14:30.
- It costs €45.95.
- My phone number is 06-12345678.
Telling time: how to say what time it is
In the Netherlands, we use both the 12-hour and 24-hour notation. In formal situations (like train schedules), you use 24 hours. In conversations, 12 hours is common.
You say the minutes first, then the hour. For example: 8:15 is 'vijf over acht', 8:30 is 'half negen', 8:45 is 'kwart voor negen'. Note: 'half negen' means 8:30, not 9:30!
For digital times, you just say the numbers: 'veertien uur dertig' or 'twee uur dertig'.
Common mistakes with time and date
- Confusion between 'half negen' (8:30) and 'half tien' (9:30).
- Writing dates: in the Netherlands, the order is day-month-year, so 5-3-2024 is March 5, not May 3.
- Capital letters for months? No, months are written in lowercase: januari, februari, etc.
Writing and pronouncing dates correctly
A date is written as: 5 maart 2024. You say: 'vijf maart tweeduizendvierentwintig'. Or shorter: 'vijf maart 2024'. Note: the year is pronounced as 'tweeduizendvierentwintig' or 'twintigvierentwintig'.
For centuries, you use the ordinal number: the 21st century is pronounced as 'eenentwintigste eeuw'. For dates, you also use ordinal numbers: 1e, 2e, 3e, etc., but in spoken language often 'eerste', 'tweede', 'derde'.
How to practice this in Dutch
Want to practice these topics for the civic integration exam? In the Dutch Fluency NT2 app, you'll find interactive exercises on numbers, time, and date. Practice listening, speaking, and writing. Click the link below to get started right away.
Practice now with numbers, time, and date →Practice now
- Listening exercises for civic integration A2
- Writing exercises for civic integration A2
- More articles about life in the Netherlands
Frequently asked questions
How do I say 13:45 in Dutch?
That's 'kwart voor twee' (informal) or 'dertien uur vijfenveertig' (formal).
What's the difference between 'half twee' and 'half drie'?
'Half twee' is 13:30, 'half drie' is 14:30. Remember: half + the next hour.
How do I ask for the date?
You ask: 'Welke datum is het vandaag?' or 'De hoeveelste is het vandaag?'
More guides and exam tips
- Inburgeringsexamen spreken oefenen: zo beschrijf je een foto (A2)
- Het inburgeringsexamen: alle onderdelen uitgelegd (A2)
- KNM oefenen: Kennis van de Nederlandse Maatschappij (inburgering)
- Gratis oefenen voor het inburgeringsexamen (A2): zo begin je vandaag
- Staatsexamen NT2 of inburgeringsexamen: wat is het verschil?
- Staatsexamen NT2: alle onderdelen uitgelegd (B1 en B2)
- KNM exam practice: free tips and sample questions for the civic integration exam
- Small Talk in Dutch: Tips and Example Sentences for Beginners
- How to Pronounce the Dutch G: 7 Tips for Beginners
- Cycling in the Netherlands: Rules and Words | NT2
- Post and Parcels with PostNL: A Practical Guide
- Diary in Dutch: Write a Diary in Dutch